Hij gaat weg na de geboorte

say goodbye when baby comes

Vroedvrouw Roos is in charge voor verloskamer. Ze houdt authentiek echt van haar job. en komt af en toe op de materniteit wat ventileren over haar moederkes.  Roos zegt altijd ‘mijn moederkes’….

Vandaag is er slechts ééntje binnen tot nu toe.

Mevr. Lilih is in arbeid.  Ze heeft contracties in felle en pijnlijke krampen, maar de arbeid gaat geen spike vooruit.

Het is een gewone achterhoofdsligging, hoofdje ingedaald, drukt aan.

Roos vertelt over de bevreemdende sfeer die in de kamer hangt.

Lilith’s vriend is er. Hij is bij haar,  en hij is niet bij haar. Hij wrijft haar rug als een robot en kijkt ondertussen door het raam naar buiten.

Zij kijkt vaak naar hem en hij kijkt weg.

Lilith is vrij stil tijdens de arbeid en haar vriend nog meer afgewend.  Zij gedraagt zich schuw, hij gedraagt zich lauw geïrriteerd als overdragen humus.

Roos heeft dit koppel nooit eerder ontmoet. Ze kent hun anamnese alleen maar uit geschreven woorden uit het dossier.

Roos  heeft géén idee hoe stevig de relatie is, hoelang al kinderwens, waar en hoe ze wonen, hoe en hoe goed voorbereid ze zijn.

Roos moet alles vragen; voortdurend stokt het gesprek, bij Lilith en bij hem.

Roos begrijpt niet waarom de arbeid niet vooruit gaat. Het duurt nu al uren….!

Ze analyseert zichzelf: ‘ben ik vandaag opgejaagd, vermoeid, onrustig?’.          Vroedvrouw Hanne  kan haar geruststellen.

Roos voert nogmaals de handgrepen uit, checkt alles en voelt voortdurend  die  bijzondere spanning in de arbeidskamer.

Ze moet denken aan een parturiënte, een paar weken geleden die ook stagneerde – en eens de schoonmoeder naar huis ging, kon die vrouw  ineens loslaten en bevallen.

Roos is beleefd en welopgevoed, met fijne attitudes en antennes.  Ze wil intunen maar gesprekken glijden af op ‘ja’ en ‘neen’-muurtjes.

Roos focust op de vriend, en begint door te vragen.

Hij is onwillig, afkerig van enige diepgang, wordt nijdig als een kat,  en vlucht  plots bruusk de arbeidskamer uit recht de tegenoverliggende verloskamer in.  Roos gaat hem achterna. Ze kan nog snel Hanne seinen om een oogje in het zeil te houden over Lilith.

Roos vindt hem inéén gehurkt tegen de chauffage, in de verloskamer (die al uren klaarstaat voor hun bevalling).

Hij is helemaal overstuur, bleek, boos, verdrietig. Roos gaat op een kruk bij hem zitten en zegt  één woord: ‘vertel!’.

En een ongelukkig verhaal komt er vernepen uit.

Hij wou géén kind, vroeger niet, nu niet, nooit. Klimaatopwarming en  verantwoordelijkheid zijn de breekpunten. Lilith wist dit, hield er rekening mee en nam de pil, maar  wou al jaren wèl een kind.

Hij had met haar afgesproken dat ze nooit zwanger zou geraken, uit liefde voor hem.

Hij wou géén kind. Zijn versie is gezwollen van negativiteit, bijna exploderend in onderdrukte razernij. Als hij zou willen dat Roos het begreep zou hij het beter uitleggen, maar dat doet hij niet.

Vroedvrouw Roos wil vragen waarom hij zich dan nooit heeft laten steriliseren, maar confronteert hem niet. Welk belang heeft die vraag nu nog?

Lilith ontdekte pas héél laat dat ze zwanger is. Zij besliste om het kind te houden.

Hij concludeerde: dus Lilith houdt niet genoeg van mij.

Hij besluit dat hij bij haar weg gaat, zo gauw als het kind er zal zijn. Hij wil niet dat het kind zijn naam krijgt, hij wil er niets mee te maken hebben.   Beiden weten dat hij uit de picture zal verdwijnen zo gauw als de dag van vandaag voorbij is…

Nu begrijpt Roos waarom de arbeid stagneert.  Als het kindje komt gaat hij weg…      Lilith wil niet dat hij weggaat… Lilith wil niet alleen.

Ondertussen is Hanne een luisterend oor bij  Lilith, die in tranen,  hetzelfde verhaal vertelt. De beide vroedvrouwen sturen de vriend even weg voor een cool-down pauze en in tussentijd gaat de arbeid stilaan vooruit.  De vroedvrouwen zitten er bij als golden retrievers, verbonden in dit existentieel  lijden.

De vriend blijft nog bij de bevalling – schijnbaar onbewogen, gespannen en bleek afgetrokken. Na de geboorte met knip en zuignap, een soort van lastige ontkurking, geeft hij een kus aan Lilith en gaat weg. De vroedvrouwen geven elkaar de blik, en kijken met mededogen naar  dit hartverscheurend tafereel.

In de loop van het kraambed is hij nog één keer op bezoek gekomen. Voor hem was blijven te ver gaan.

Lilith heeft veel geweend maar was ook wel blij met haar kleine meisje.

Neske, de Wijzervrouw