Ik ben het moe. Ik ben al moe voor morgen…

Het oudste kind is drie jaar. Het tweede kind is twee jaar, het derde kind is één jaar en nummerke 4 ligt in de wieg.

Ongewenst. Ongepland. Ongemakkelijk. Geen plaats voor, géén ruimte, géén goesting.

De eerste keer zwanger was leuk en Lou keek geweldig uit naar het kindje.

Toen ze stopte met borstvoeding was ze snel weer zwanger.

Nummerke twee : leuk ! Twee kinderen kort na elkaar, wie wil dat niet?

Nummer drie werd ook snel gelanceerd toen ze weer stopte met borstvoeding en hij zou het finale kind zijn.

Drie kleine kindjes: het was héél druk met eten geven, broekjes verschonen, badderen, héél veel was, héél veel strijk, heel veel drukte, veel eten maken, veel opruimen, weinig slapen. Zij,  perfectionistisch, houdt van witte kleren, van ‘ schone schijn’ en ‘kijk eens naar mij!”.

Snel naar de winkel : drie kindertjes in de kar, tussen de bloemkool, de appelen en melk?

Snel naar de bank, snel naar de apotheker.

Onopvallend verzinkt ze in de cocoon van kindertjes, speelgoed, kiekeboe spelen en onrustige nachten. Altijd is er één kindje aan’t wenen, altijd ééntje aan’t neuzelen, aan’t koorts hebben of eenzaam huilen.

En eigenlijk wonen ze te klein in het appartement met 2 slaapkamers.

Het stadsparkje is niet té ver om na de middagdutjes even te gaan spelen en lummelen in de zon, onder een boom.

Ze zorgt voor haar kindjes zoals een kloek. Behoedzaam, opmerkzaam, verantwoordelijk, vol overtuiging, vol empathie en zorg.

Zij komt nergens nog. Haar partner is veel werken want ze hebben bouwgrond gekocht, en ze zijn gestart met de fundamenten van hun woning. Hij klust elk weekend bij om de lening te beperken en staat elke avond op de bouw.

Ze heeft nauwelijks geld of tijd om eens iets nieuws te kopen of om naar de kapper te gaan. Ze moedert, ze broedt haar kleintjes uit. Ze doet dat goed. Ze doet het graag omdat ze haar kindjes graag ziet.

En dan is nummerke 3 een half jaar oud,   kan net rollen en brabbelen als zij zich nog méér moe voelt. Alhoewel ze de pil neemt,  heeft ze alle kenmerken van zwangerschap… ze is totaal niet voorbereid op een vierde zwangerschap, en tòch is het zo.

Ze kan het niet geloven. Ze kan het niet meer opbrengen. Ze wilt dit niet, nòg een baby. Ze is beschaamd. Ze is overstuur. Ze kan het niet. Ze geraakt de pedalen kwijt.

Haar partner sust haar en zegt dat ze sterk en gezond is, en twee meisjes en twee jongetjes is toch tof, of drie zussen én één broertje.

Zij is wanhopig. Ze voelt zich alleen. Ze voelt zich verlaten en slecht. Shizzle en shit…

Waar is de uitweg ?

Ze ligt in bed, vaak. Té vaak. De twee oudsten zitten te veel alleen voor de T.V. met de GSM te tokkelen, te pruttelen en te protten. Kleintje3 krijgt op tijd en stond eten, en speeltjes toegestopt, maar haar enthousiasme is erg verminderd, want die ellendige gelukverstoorder4 zit in haar.

Ze wil nummer4 niet, ze haat haar groeiende buik. De bewegingen van foetus4 ergeren haar. De opmerkingen van anderen jagen het bloed naar haar wangen.

Ze wast, ze plast, ze weent, ze zorgt, ze is bezorgd, ze is donker, ze is down, ze is zonder blijheid. Ze verfoeit het kind in zich. Al sinds de ontdekking. Ze wil het negeren, aborteren, miskraammeren…Ze wil géén aandacht voor het nieuwe wonder.

Ze is geïrriteerd, prikkelbaar en radeloos door dit ‘ongelukske’.

Ze heeft een doorgezakte buik en is fysiek niet fit om voor 3 kindjes te zorgen. Ze wordt log en zwaar : nummerke één, twee en drie vergen alles van haar zoals rennen, spelen, opruimen, bad- en bedrituelen, etc.

Foetus4 manifesteert zich opponent.

Een vriendelijke vroedvrouw komt kennismaken en geeft advies over rusten, voeding, ont-stressen en een grotere woning.

Lou wordt er geen blije bloembak van.  Ze haat elk advies en elke bemoeiing. Ze haat zichzelf en de zwangerschap. Fuck you.

En ze deint maar uit…: nooit zo dik en onaantrekkelijk geweest…

Ze heeft geen zin om zich te douchen, geen goesting om te poetsen of de kleintjes op te tutten. Ze leeft. Ze is verdorie nondedju weeral zwanger.

De bevalling van nummerke 4 verloopt oké, maar de nabloeding put haar langdurig uit. (Per bevalling heeft ze minder likes op facebook).

Ze geeft borstvoeding, en dat is het. Voeding uit de borst, want dit is het goedkoopst en ze kan het. Baby zuigt, baby proper broek, baby in bed. Géén flikken en flooien met de nieuwe baby, géén verliefdheid, géén cuddlen.

Gewoon efficiënt het kind in leven houden en stop.

De andere 3 zijn er ook.

Ze sleept zich door de dagen. Ze is donker. Ze piekert altijd maar dezelfde gedachten. Dat ze het niet kan.  Dat ze een slechte mamie is. Dat het té veel is. Dat de kindertjes beter verdienen dan zo’n lamzak van een mamie.

Ze voelt zich slecht in haar vel. Ze voelt zich wanhopig als nummerke vier wéér weent terwijl alles in orde is.

Ze kan niet meer.

Vroedvrouw V. komt langs: Lou  bloedt niet meer te veel, nummerke vier komt bij, de navel is goed genezen…

De vroedvrouw ziet de rommelige living, de vuile truitjes bij de drie andere kindjes, de lege frigo. De vroedvrouw vraagt door naar beleving en gevoel, en Lou trekt een façade op van ‘controle’ en ‘ervaring’.

Tot ze op het laatste dagbezoek tegen de vroedvrouw zegt: “ik kan niet meer!? “.

Ik zie het niet meer zitten.

Ik ben moe.

Ik ben zo moe.

Ik ben het moe…

De zin : ‘ik ben het moe’ doen alle alarmbellen tegelijk  afgaan bij de vroedvrouw. Alle red alerts flikkeren op.

Vroedvrouw V.  telefoneert, uiteraard  in overleg met Lou, met de huisarts. Er is gelukkig spoedig consultatie en ondersteuning vanuit de huisarts. De huisarts is een vroedvrouw die voor arts studeerde, of een arts die eerst vroedvrouw werd.

Vroedvrouw V. volgt op, activeert familieleden, regelt kraamhulp in overleg, Vroedvrouw V. begrijpt  plots haarscherp dat Lou op alle items van bepaalde depressieve schalen héél ernstig zou scoren.

Vroedvrouw V. is alert en supportief. Ze krijgt een hele beweging op gang, en het komt zelfs zo ver dat Lou baby nummerke vier in een draagdoek uren bij zich draagt tot comfort van hen beiden, en van de andere drie kindjes.

Vroedvrouw V. heeft voelsprieten en een grenzeloos vertrouwen in Lou, en dat is omgekeerd ook zo.

Lou komt tot rust en  kan slapen tijdens de momenten dat  nummerke vier slaapt. Oma en opa depanneren de weekends, oudere zus maakt extra soep en jongere broer gaat de echtgenoot wat helpen in de weekends…

Alles kwam oké.

Terwijl er momenten waren dat Lou een mes in haar handen had om nummerke vier zijn krijsende mond te smoren, terwijl ze nummerke drie wou onder water drukken in bad tijdens enorme plenspartijen, en ze zelf het hoogste gebouw qua toegang en hoogte, in de stad had onderzocht om er af te springen …

Ze kwam van ver en ze overleefde. In het Engels zou dat een mooie zin zijn.

In de Vlaamse praktijk was de vroedvrouw hier een gevoelige zenuw die net op tijd andere input activeerde. Net op tijd.

Er moeten altijd vroedvrouwen zijn die het grotere plaatje zien.

Er moeten vroedvrouwen zijn die hulp inschakelen.

Op tijd.

Neske de wijzervrouw.