Het ritme is stilte

Adagio

Er is een vrouw binnen  in de nacht.  Ze is alleen en in arbeid.

Zij, Adagio genaamd, spreekt géén woord Nederlands. geen woord Frans, één woord Engels en een woord Arabisch : Allah.

Zero-Communicatie verbaal.

Een hoofddoekje hangt achteloos over haar gekroesde vlechtjes. Dikke lippen, brede neus, omgekrulde wimpers. Mooi. Klein postuur. Bundel gekleurde doeken in een hoekje neer gedropt. Roze shirt en etnisch bruin- en geel gebloemde rok. Schrikt bij aanraking. Stapt de hele tijd rond. Rustig. Langzaam. Hangt wat later over het verlosbed. Heeft een dikke overhellende buik met een teuteke  t.h.v de navel. Ze zoekt, steunt en wiegt. Ze zegt niets. Ze heeft een zekere voornaamheid. Ze heeft de blik van een wetend en onschuldig mens.

De vroedvrouw doet een nachtlampje aan, de grote lichten gaan uit.                        Donkere nacht, rustige verloskamer, 2 lieve ogen, witte tanden, zweet, voetstappen, gefrummel.

Vroedvrouw Keir (lees zoals Care) heeft de dokter op de hoogte gebracht. “Bij  deze onbekende vrouw mag jij als vroedvrouw alles zelf doen, tenzij pathologie” is de instructie voor de nacht. Alstublieft. Eervol en vriendelijk neemt Keir de opdracht aan en wenst de arts een wèlgemeende ‘slaap wel’.

Parameters zijn goed.

Adagio draagt géén onderbroek, maar een koordje rond haar middel met een doekje tussen de benen, omgeflapt rond het koordje. Harttonen goed.  Géén clitoris, vagina toegankelijk. 6 cm ontsluiting. Dikke vochtblaas, dik caput.  Ze gooit haar overslagrokje bij de bundel kleren in de hoek. Ze verstijft bij elke aanraking. Ze biedt geen weerstand, maar ook geen toegenegenheid naar de vroedvrouw.

Vroedvrouw Keir  wil graag veel weten en vragen : ‘is dit je tweede of derde of vierde kind? Ben je bij een vroedvrouw of gynaecoloog geweest? Heb  je een bloedgroepkaartje? Vanaf welke leeftijd ben je besneden en hoe heb je dit verteerd? Zou je willen kiezen voor bad of bal, voor epidurale of iets anders? Waarom kijk je zo verdrietig en ver ?’

Géén gesprek, géén communicatie, geen keuzes, niet voor de vrouw, niet voor de vroedvrouw. Niet beslissen tot ingrijpen in dit  geboorteproces is ook een beslissing: een goede respectvolle beslissing.

Keir moedigt aan met bewegingen en geluiden tot plassen, wijst het  toilet maar er gebeurt niets.

Na een poosje wordt de vrouw moe en legt zich op het bed. De volle blaas is zichtbaar boven de magere symfyse. De vroedvrouw geeft de bedpan. De vrouw maneuvreert zich met haar dikke buik uit bed, zet de bedpan op de grond, maakt samen met een grote plas, een klein drolletje en baant zich weer een trage weg, doorstappend in de arbeidskamer. Ze heeft erge weeën om de twee minuten. Plots gaat ze zelf weer op het verlosbed liggen en perst. Keir onderzoekt haar. 8 cm en de vochtblaas breekt bij toucher! Pastelgroen vruchtwater. Hoofdje  zit vast en de harttonen drummen. De vrouw wordt aangemoedigd met vele bewegingen, klakgeluiden, uitnodigingen om weer rond te stappen. Ze wandelt niet meer, ze stapt rechtop alsof ze haast heeft en een gewicht op haar hoofd draagt.

Vroedvrouw Keir  is in de ban van de sterke kleine vrouw die nu in haar blote billen, met roze T-shirt aan, door de verloskamer sjouwt. De heupen van de vrouw zijn een tegel breed, dus smal. De billen zijn rond en toch puntig naar achter, sportieve bovenbenen, sterke onderbenen en geschubde voeten in oranjebruine teenslippers. De vroedvrouw omarmt haar als ze stilhoudt en haar hoofd in een knik op het vensterblad legt. Ze toont géén weerstand, maar ook géén toe neiging.

Vroedvrouw Keir biedt water aan en de vrouw drinkt. Snel, veel, te veel en te snel. De vrouw verstaat niet om per keer een klein slokje te nemen. De vroedvrouw had beter maar een klein beetje water aangeboden omdat ze niets kan uitleggen. De communicatie is niet helder of kan mis begrepen worden.

De vrouw gaat terug op de bedpan op de grond zitten en moet plots overgeven na wat onverstaanbare woorden. Ze zei waarschijnlijk dat dit ging gebeuren in het Swahili of Zoeloe, of NDebele. De vroedvrouw is te laat met het nierbekken; water en witte drash belanden ‘en jet’  op de grond.

Het overgeven blijft een tijd aanhoudend.

Vroedvrouw Keir  kokhalst. Ze gaat achter Adagio staan. Duwt met haar knie tegen de rug van het spuwende vrouwtje en houdt het warme voorhoofd vast tijdens de grote sterke regurgitaties.  Eens alles er uit,  is Adagio niet ontdaan, maar staat weer op, en hoovert rond in de donkere verloskamer van tafel naar kast, naar bed naar bal.  Keir ruimt op. Ze blijft nu continu in de buurt van de vrouw. Ze ziet dat de vrouw rugpijn heeft en wil haar rug masseren. De arbeidende  Adagio schrikt van aanrakingen. Dan toch  ineens ontspanning. Ze levert zich over aan het zachte contact van de vroedvrouw. De vroedvrouw wast het strakke gezichtje en de zweetdruppels weg, steekt een proper doekje, neemt een vlokje huidcrème en masseert de rug. Adagio legt haar hoofd op de schouder van Keir. Plots diep gekreun, Adagio’s buik krampt dik en groot in persdrang. Meteen klimt ze op de verlostafel, en perst. Gewoon. Ze perst uit alle macht, op eigen impuls. Zonder communicatie weet iedereen dat de tijd gekomen is. De tweede nachtvroedvrouw komt er stil en vriendelijk bij. Zij praat niet en zet alles klaar voor het kindje, checkt de harttonen met verstilde doppler. Er is géén instructie, géén lawaai, géén getelefoneer, géén gedoe. Er is het geluid van een vrouw die perst zonder geluid. Adagio duwt het kussen weg onder haar hoofd en ligt vreemd plat. Tijdens de weeënpauzes kijkt ze voortdurend door het raam naar de maan.

Waar denkt ze aan? Verlangt ze naar de warmte van Afrika en haar mama? Wat gaat er in haar om? Ze is schijnbaar onbewogen, accepteert de pijn zonder lawaai of energieverlies. Ze baart zich geen zorgen. Ze perst en perst, en de ribbels van het kinderhoofd staan weldra in de vulva. Natte flauwe krulletjes. Harttonen blijven steady. Adagio perst het hoofdje  van de baby in de uitpuilende bekkenbodemzak.

De onderkant spant, vooral aan de bovenkant, onder het vestibulum waar de besnijdenis gebeurd is. Het perineum is sterk, en rekt uit als een ballon die stillekes aan opblaast. De baby boort er door.  Vroedvrouw Keir duwt met twee vingers op het perineum terwijl het koppeke doorsnijdt. Het kleintje is omstrengeld en heeft stevige schouders… dus even manoeuvreren en dan ploepert het blauwe lijfje er uit. Ingetrokken thorax. Flauwe tonus. Stilte. De bijgekomen vroedvrouw installeert het kleintje op de reanimatietafel, en start de TABC op. Afdrogen, neus en mond proper, muts, 5 keer traag balloneren. Géén thoraxbeweging; 5 keer sneller. Thoraxbewegingen komen omhoog,  maar het kindje geeft nog steeds geen kik en opent grote gezwollen oogjes. Het hartje werkt niet te traag. Blijvend beademen, en plots ‘silent scream’ met de gezichtsexpressie van iemand die veel pijn heeft. Langzaam trekt het kindje schreiend op, en na 2 minuten doorhuilen ziet ie er helemaal goed uit.

Adagio ligt apathisch naar de maan te kijken. De vroedvrouwen  zeggen ‘jongen’, ‘boy’, ‘garçon’ maar ze reikt niet naar hem. Ze is niet gescheurd, haar baarmoeder trekt goed samen. De vroedvrouwen rollen een bed in de verloskamer om haar te laten overschuiven, maar zij stapt van het verlosbed, raapt haar bundeltje kleren op, legt een eigen doek in bed en placeert zich daarop. Dan wacht ze tot de vroedvrouw het kind bij haar legt. Ze kijkt er naar, schijnbaar onbewogen. Ze kust niet, ze weent niet, ze knuffelt niet, maar frummelt haar T-shirt omhoog, en een peervormig borstje wordt voor de gretige neus van Boy gehouden. Met zijn lange babytong gaat hij op verkenning en na één minuut  is hij aan’t zuigen alsof hij dit al maanden kent.

Zij ligt en voedt.

De vroedvrouwen brengen haar naar de kamer op de kraamafdeling. Op de gang zit de grote papa met een pet omgekruld in zijn handen. Hij kijkt niet naar Adagio, trekt het dekentje rond Boy weg, ziet een jongetje en knikt dan vriendelijk naar de vroedvrouwen.  Hij gaat weg. Nadat Adagio  geïnstalleerd is op haar kamer gaan de vroedvrouwen een half uurtje later terug checken. Het kind ligt lekker warm in het grote bed; zij is in de badkamer en wast de kleren uit haar bundeltje. Ze ziet er lief uit en fier. Ze legt haar hoofd op de schouder van vroedvrouw Keir  en zegt ‘Muzungu Merci’  (witte kaaskop, bedankt).

Neske de Wijzervrouw

 

https://neskedewijzervrouw.wordpress.com/2016/02/20/draaideurmensen/