Vader Vic is depressed …?

Vic is 32 jaar, en onlangs vader geworden van kleine reus Arthur. Vic heeft de bevalling heel bewust en wakker meegemaakt, ook al was hij zo uitgeput geraakt als iemand die de zee naar Dover heeft over gezwommen. Hij had meer dan 24 u niet geslapen, slecht gegeten en alles gegeven. De bevalling was niet een easy peasy kangoeroe-bevalling maar een moeilijke zware bevalling. Hij moest meeduwen op de buik van Anna. Hij vond het verschrikkelijk om haar pijn te doen, maar hij móest. De harttonen waren traag, de arts was kort, de vroedvrouwen nerveus. Hartkloppingen. Hij werd brakerig van de geuren bij de bevalling, moest gapen en duwen. Arthur werd na 2 uren persen geboren. Met een zuignap. Met drie knippen in één wonde, een snede downstairs zo groot als een keizersnede. Horribel bloedverlies in lange draden stolsels die er uit hingen. Vic stond er met zijn neus op. Hij moest kijken en wegkijken. Hij vond de bevalling miserabel ellendig.

Anna deed het prachtig en had meteen een reikende houding naar Arthur. Arthur was floppy toen hij blauw en in groene smurrie op Anna haar buik gelegd werd. “Hij is efkes knocked-out” zei de vroedvrouw, maar na goed afdrogen, wat bijblazen en stimuleren klonk zijn pasgeboren kreet als muziek in de verloskamer. Eind goed, al goed.

Het hechten van de knip duurde té lang. Twee bobijntjes zag hij er in opgaan … Man man man… wat was dat,  zo’n grote bloedende jaap daar beneden.

Arme Anna.

Arme arme Anna.

Anna is niet verslagen en laat zich helpen bij de borstvoeding. Baby Arthur heeft nog geen goede zoekreflex, dus dat ‘zuigen binnen het geboorte-uur’ gebeurt in vertraging.

Vic moet telefoneren naar jan en alleman, vervolgens foto’s maken, de valies uitpakken in de duo-kamer, de suikerbonen bestellen, de drukker aanporren voor de geboortekaartjes. Hij mag Arthur welgeteld 5 minuten vasthouden, goed voor 10 foto’s.  Kleine reus bleef wenen, dus hielp de vroedvrouw om kleintje weer aan de borst te krijgen, wat lukte. Oef:  so far, so good. Vader Vic krijgt een hoop papieren in zijn handen geduwd maar snapt het niet allemaal. Hij is erg onder de indruk van wat hij net meegemaakt heeft en haakt  mentaal af bij de uitleg over de administratie.

Hij moet spullen bijhalen. Drank en koekjes.  Hij verlaat afgepeigerd en gestresseerd het ziekenhuis. Hij heeft een hele lijst opdrachten te doen. Hij is moe en hongerig en wil praten over de bevalling. Met wie moet hij praten? Met zijn beste vriend Boris die nog geen kind heeft? Met zijn mama die niet zo’n fan is van Anna? Met zijn papa die nooit thuis is?

Hij werkt de to-do lijst af, laat de hond uit, neemt snel een douche, steekt een frietje in der haast en galoppeert naar het moederhuis. Zijn armen bibberen van de zware draaglast van spullen  die hij tot in de kamer sleept. Hij ploft neer langs het bedje van Arthur. Hij kijkt naar het kleine boeleke. Hij streelt het plakkerig hoofdje, herschikt het dekentje en kijkt dan pas naar Anna. Slechte volgorde.

Anna is fris en wil knuffelen. Ze is fier op hem, hij ‘dé’ Viking die  hard mee geduwd heeft. Hij knuffelt mechanisch terug. Hij is van zijn melk door de bevalling. Door wat hij gezien en gevoeld heeft. Hij is nog niet helemaal zot van Arthur en hij ziet Anna anders. Anna heeft gesprongen adertjes in haar ogen. Ze verlaat wat stijf en met een pijnlijke grimas het bed om naar toilet te gaan. Haar buik is nauwelijks minder dik dan toen ze hoogzwanger was. Hij ziet de grote bloedvlek op haar pyjama waar hij van schrikt. De buurvrouw op de kamer zegt tegen Anna dat er ‘olifantenverbanden’ op de gedeelde badkamer liggen en dat ze zelf maar veel moet verschonen.

Anna is zo gelukkig met Arthur, koortsig warm en bedwelmd door alle gevoelens, emoties en hormonen. Hij voelt niet zo’n verliefdheid die zij blijkbaar wèl heeft voor geplekkerd Arthuurke.

De bezoekers stromen snel toe. Tranen en felicitaties passeren de revue. Anna heeft een energie-opstootje en kwettert liggend, en lustig tegen iedereen. Wat ze voelde, wat ze dacht, wat er gebeurde, hoe het gebeurde…

Vic is geradbraakt. Hij wordt kriegelig en niet graag betrokken in het gesprek.

Door de vele bezoekers is er geen stoel meer voor hem en als hij op het bed bij Anna gaat zitten kan zij Arthur niet zien in zijn glazen bedje, dus staat hij zomaar wat in de hoek van de kamer, te koekeloeren of alles in orde is. Schoonpapa wil nog een pintje bier. Grummbahhh…

Hij heeft gekke gedachten : “please go home, leave us alone. Anna, sta op, en laat mij in jouw bed liggen… “. Hij durft het niet voor te stellen maar hij zou onwelvoeglijk breed willen liggen. En hij zou wensen dat iemand kleine Arthur op hem zou leggen, zodat hij wat gewend zou raken. Maar neen, hij moet de honneurs waarnemen, en opruimen, en vuile was in een zak steken, en nog een aantal mensen bellen, en Facebook in orde brengen. Hij ijlt bijna van vermoeidheid en emotie.

Als de nachtvroedvrouwen ’s avonds even op de kamer komen,  stelt Anna voor dat hij best naar huis gaat, wat hij voorbeeldig snel doet. Hij wil naar bed, en terug in zichzelf komen. Hij wil rusten en nadenken en voelen wat er te voelen valt als nieuwe papa.

Maar, hij slaapt slecht en gaat alweer vroeg naar het ziekenhuis. Hij leest de administratie na, helpt Arthur aan de borst leggen, doet een ander pampertje aan. Hij ziet dat hij trilt terwijl hij de stickertjes losmaakt. Hij denkt de hele tijd aan de moeilijke bevalling, aan de trage harttonen. Hij heeft wat gegoogeld en snapt dat Apgar 6 niet supergoedgeweldig is, maar de 8 best goed na 5 minuten. En nu is Arthur in orde. Hij is rozig, maakt grote zwarte kakito en drinkt aan de borst. Anna is euforisch en blij. En verliefd. Ook op hem. Ze is aanhalig, lief, knuffelig en zacht.  Ze ruikt naar bloed en melk.

Ook de volgende dag moet Vic vele dingen belopen,  dus weer ‘on the road again’. Hij krijgt alles afgewerkt en is in de namiddag weer op post in het ziekenhuis. Het vele bezoek bij de beide kraamvrouwen irriteert hem. Full house. De baby’s zijn onrustig en krijsen onafgebroken. De bloemen en ballonnen staan overal onder de voeten. Het bevallingsverhaal komt voortdurend ter sprake: dik hoofd, brede schouders, oei zuignap, oei Apgar 6. Hij wordt er krankjorum van, maar niemand kijkt naar hem. Hij dient, buigt en plooit in een rol die hem niet op het lijf geschreven is. Hij zou graag bij Anna in bed liggen, met Arthur tussen hen, soezen en snoezen.

Hij spurt naar huis voor de hond, draait een wasje, ruimt de keuken op, krijgt kort bezoek van zijn  beste vriend Boris. Vic wil praten over de bevalling, maar Boris maakt enkel grapjes. Samen versieren ze  het huis voor de thuiskomt van lieve Anna en kleine zoon.

Vic voelt zich een opgejaagd konijn. Hij trapt op zijn adem, en voelt zich niet zo gelukkig als hij gedacht had. Het is gewoon té veel voor hem, en niemand heeft het in de gaten. Hij vliegt weer naar het ziekenhuis om de bezoekers op te vangen, en krijgt nauwelijks de kans om zijn eigen kind vast te houden. En als hij ’s avonds  warm langs Anna in bed zit voelt hij zich suf en slaperig, en gaat daarna alleen en droefgeestig naar huis.

2 dagen na de geboorte worden Anna en Arthur ontslagen uit het ziekenhuis. Vic is content. Hij jakkert zeker nog drie keren naar de auto om alle cadeautjes en leeggoed weg te brengen. Bij het verlaten van het moederhuis draagt hij fier, zoals een nieuwe papa moet zijn, de maksikosi, terwijl Anna langs hem strompelt naar de verre parking. Anna wil achteraan zitten, langs Arthur. Op een kussen.  Huh? Vic is enkel chauffeur? Geen partner. Huh?

Thuisgekomen ligt Anna direct op de zetel, want pijn aan de draadjes. Ze is moe en onzeker. Haar borsten zijn zwaar. Arthur drinkt goed, en huilt veel. Hij geraakt niet meteen gesetteld. De vroedvrouw komt ’s avonds op bezoek en zij geeft hen in ieder geval het gevoel dat ze alles goed doen.

Het is de eerste keer dat Vic als nieuwe papa de nacht in gaat met hun kleine baby. Vic slaapt nauwelijks, en hoort elk babygeluid, elke beweging en geknor. Anna slaapt zalig tussen de 3 voedingen, maar hij niet. Hij heeft grote ogen in de nacht. Hij voelt angst. Schrik dat Arthur zou dood gaan. Onzeker of hij een goede papa zal worden. Bang van alles wat nog gaat komen. Hij valt pas tegen de ochtend in slaap en om 8 u is de kraamverzorgster er. Heerlijk mens. Ze doet echt veel. Ze is begripvol en vriendelijk voor Anna, de baby en het bezoek.

Hij heeft dankzij haar korte pauzes en checkt emails, kan  wat opdrachten geven en moet dan toch even naar zijn werk. Daar kan hij vertellen over de geboorte. Hij vertelt een droomscenario en is de stoere, sterke nieuwe papa ten aanzien van zijn medewerkers. Hij trakteert op bubbels en blijft té lang weg. Anna is lichtelijk boos, want de frigo is leeg, en hij moet weer op jacht- en visvangst.

Baby Arthur is best dikwijls overstuur en kan niet in slaap vallen. Dat huilen geeft Vic de kans om kleintje op te pakken, onzeker te aaien en te overhandigen aan Anna. Hij voelt nog altijd niet de grote gevoelens van aantrekkingskracht.

De dagen zijn aanééngeschakelde chaotische improvisaties, waarbij de baby en de bezoekers de invulling bepalen. Hij doet wat hij doet omdat de vroedvrouw dat zegt. Ze zegt dat hij meer moet helpen en hij doet niet anders! Hij wordt ontmoedigd door al die commentaren en commando’s. Hij wil graag met Anna praten over hoe hij zich voelt, maar telkens als de gelegenheid zich voor doet, weent Arthur extra hard lijkt het.

En zo gaat hij energieloos weer naar kantoor,  2 weken na de geboorte. Hij is ernstig moe, somber en opgejaagd. Hij speculeert de ganse dag door en neemt pijnstillers voor de niet aflatende hoofdpijn. De verantwoordelijkheid voor Anna en kleintje beklemmen hem. De draadjes genezen niet goed, Anna is geobstipeerd en weent zelf veel. Arthur komt goed bij in gewicht en is een lief knulleke, maar Vic is een visioen van uitputting en stress.

Vic holt van werk naar winkel, van zitbad naar wieg.

Vic leeft niet meer zijn eigen leven, maar leeft alsof hij moet acteren in zijn eigen leven. Hij heeft soms heimwee naar zijn leventje van vroeger. Hij is daar beschaamd over. Hij heeft last van zijn eigen emoties van gefrustreerdheid en intense vermoeidheid. Hij voelt onvermogen om het allemaal aan te kunnen en soms verdrietig om de lastige geboorte.

Hij is ongerust over de hoge kosten die bijkomen nu de baby er is en wil extra werk aannemen om bij te verdienen.

Bij het laatste vroedvrouwenbezoek ’s avonds laat,  is hij net thuis, en hij vraagt aan de vroedvrouw of het normaal is dat hij zich ‘raar’ voelt en opgejaagd. De vroedvrouw is zelf gehaast en gaat niet in op zijn vraag. Géén antwoord krijgen op zijn vraag, voelde als een afwijzing…en dat kwam uitermate krachtig binnen…   Binnenin huilt hij als een eenzame opgejaagde wolf in een militair domein…

Vader Vic is depressed maar weet het niet. Nog niet.  Hij zal het pas weten als hij beter in zijn vadervelleke zit?

Neske de Wijzervrouw

man en maan