(K)raamtranen in tijden van Corona

samen sterker

Ze is bevallen. Het heeft lang geduurd. Het heeft pijn gedaan. Het heeft moeite gekost.

De kraamdagen -begin maart 2020, in het moederhuis waren sprookjesachtig. Lief bezoek. Ontroerd bezoek dat de handen ontsmette,  want de ski-reizigers waren pas uit Italië thuisgekomen en kwamen uit een gebied,  waar toch potverdorie het Coronavirusje ernstig aan’t huishouden was.

Droopy baby.

Borstvoeding geven aan een slapende baby werd een challenge. Manueel na-kolven en met lepeltjes geven werd een stimulerende dienst voor melk.  Natuurlijk werd bébe geel en natuurlijk kwam er veel gewichtsverlies. Natuurlijk volgde een dag langer verblijf op de kraamafdeling, met de baby in het bilibedje en … tranen.

Thuiskomen was magisch, maar was ook een beetje rauw, in regen en stormachtige wind. Een vriendin-ervaringsdeskundige kwam dezelfde dag nog op bezoek, kon observeren en adviseren en bracht meer vertrouwen voor de nacht.

Borstvoeding en stuwing werden een lastige match, en de baby sliep continu met bili van 16.

De vroedvrouw kwam ’s anderendaags op bezoek. Ze stelde gerust en gaf non-touching advies. Ze was bezorgd over de gele baby, maar liet het niet merken. Behalve bij volgende check-ups en op dag 8 volgde toch een bloedprik. De bilirubine was 1 mg% gedaald. Mamie moest veel skinnen, veel aanleggen, veel manueel nakolven. Het lukte, maar er was toch weer onzekerheid. De overgangsstoelgang bleef lang achterwege, de plasluiers niet oppietoppie. De weegschaal laat géén flukse gewichtstoename zien. De borstjes zijn fluitende theepotten. De bodem is een schrijnend vlak. De WC-gang is niet leuk.

De papa ontpopt zich als een kok, als een washokbeheerder, als een matras voor de baby, als een jager op eten.

De overgrootmoeders drongen zich op in die eerste levensweek, en mamie en papie laten zich in slaap vallen tijdens hun zacht murmelend bezoek.

De nachten met kleintje zijn uiteraard onderbroken, maar ook lief en leuk met kleine flintstone.

En dan slaat het Corona-monster in volle hevigheid toe, als het kind nog geen 10 dagen oud is. De besmettelijke ziekte is manifest in het land, staat voor hun deur, en het is ernstig.

Bezoek moet geweerd. Alhoewel baby’s niet ziek worden- blijkt uit onderzoek, toch kan de mamie wel besmet geraken en dus in de problemen geraken om ziekzijnde met koorts, ernstige hoofdpijn en afschuwelijk hoesten, verder moedermelk te geven.

En dus: er komt géén bezoek. Niemand. Het is stil in huis met af en toe een krucheltje van het kind. De man en de vrouw zorgen voor goed eten, de was, de poets, de lakens verversen, de baby knuffelen en badderen. Twee jonge ouders zonder enige ervaring, samen. Het schone kind slaapt veel,  met grote magere vingertjes als zeesterren op het borstje gekruld.  Het kind weent haast nooit. Het ligt bijna nooit in het wiegje.

De ouders krijgen berichtjes en telefoontjes. Er zijn filmpjes en videogesprekken, bijvoorbeeld over babyrash. Er worden bloemen aan huis geleverd en de ouders kunnen  even naar buiten met hun kleintje om een narcis te tonen in de zon.

Het is bewonderenswaardig om in deze dramatische tijd een hele kleine baby in leven te houden. Héél alleen. The village needed to raise this child, kan alleen maar telefoneren, aan de venster komen kijken en duimpje opsteken.

Iedereen heeft verdriet en verstand hierover. De baby is top-rustig in zijn eigen rustige nest. De mama en de papa functioneren héél goed. Ze worden geleidelijk zelfzekerder. Gelukkig en ongelukkig.

De vroedvrouw volgde goed, maar de huisbezoeken zijn zoals bij iedereen beperkt in aantal, zelfs nu in ernstig dreigende Coronatijd, zonder enige andere monitoring. Een cruciaal huisbezoek duurde soms méér als een uur, voor een belachelijke vergoeding .

De vroedvrouw van Kind- en Gezin zal afspraken uitstellen. Er komt geen gehoortest. De kraamverzorgster wordt afgebeld.

Dit prille gezin met een pasgeboren baby is geïsoleerd. Géén oma die de baby komt wiegen, géén opa die de was kan plooien, géén broer en zussen, noch tantes of nonkels die komen bewonderen en zotte praat vertellen en kakkeboontjes mogen snoepen. Géén cadeautjes voor de fiere mama, géén felle schouderklopjes voor de papa, géén life-opbeurende gesprekken, géén champagne en foto’s van iedereen met de baby.

Nog niet.

Het wordt akelig stil in de straten. Het licht schijnt anders door de wolken. Een surrealistische film als je vol oxytocine rondloopt.

Een kind krijgen in tijden van Corona is voor de  ouders géén onbezorgde kraamtijd, maar stresserend. Ze moeten het  allerbeste geven van zichzelf,  in hun alleentje. Intuïtief. Overtuigd en met een zekere cool moeten ze erop vertrouwen dat iedereen slim is en  zelf moeten ze streng wijzen op het respecteren van de richtlijnen, zeker toen nonkel Jef toch ineens met een mand vol fruit voor de deur stond.

De Corona-pandemie bedrukt. Het benauwt. Het voelt niet positief. Niemand kon dit scenario  bedenken van quarantaine en ernstige bedreiging door het Corona-virusje.

Ik doe een diepe buiging van dankbaarheid voor alle collega’s en gezondheidswerkers.  Ik ben vol bewondering en compassion voor alle nieuwe ouders die met een kleine baby in isolement verblijven.  Zij zorgen, samen met hun niet-bezoek, voor het verschil in de toekomst.

En als het virus uit de gemeenschap verdwenen is en geen slachtoffers meer maakt, dan moeten de politiekers en de vrouw-kind-professionals oplijsten welke eye-openers dit virus bracht, en welk de pivoterende rol van de eerstelijns vroedvrouwen is.

Laat ons alvast beginnen met die lijst, op politieke leiders zullen we nog te lang moeten wachten.

Neske, de gemaskerde wijzervrouw