Geplaatst in professioneel, Verdriet, vroedvrouw, vroedvrouwkunde

Geduld en boete

geduld en boete

Ik zou een zwart uniform willen dragen. Ik zou willen liggen gaan en wachten tot dat gapende schrijnende gevoel in mijn borstkas vermindert. Ik weet dat het zal verminderen maar ondertussen koeioneert het me de hele tijd.

Ik wou dat het nu wegging, maar het blijft bij me.

Het is zoals een kindje dat tegen je slaapt in een draagdoek. Het is er de hele tijd; je vergeet soms zelfs dat het er is, tot het begint te bewegen, te wenen, te prullen, aandacht te vragen, en door te wegen. Dan heeft het alle compassie nodig.

Ik heb compassie (nodig) en opnieuw een kompas… in dit vroedvrouwengevoel.               Ik voel me rot en alleen. Dat komt doordat ik er weinig of niet over praat.

Alleen al maar door er aan te denken krijg ik natte ogen, een dikke keel, en weet ik niet meer hoe ik moet ademen en slikken.

Ik heb een hoofd als een nat wattenstokje… Ik kan me nog slecht concentreren.

Even verklaren.

Drukke dagen op dienst, véél zieke collega’s, véél extra-shiften; er lagen ook wat rustenden op dienst.

Eén ervan was Hannah. 33 weken zwanger, placenta previa gepaard met  preterme contracties en al 2 weken rustend bij ons op dienst.  Ze heeft longrijping en Trictocale gehad, en op één of andere manier is ze addicted to tocolyse….

Iedereen is gemotiveerd om het kindje zo lang mogelijk te laten profiteren in Hannah.

Tijdens elke shift legde ik wel zeker één  keer de monitor aan.

Ook die dag, die verdomde vervloekte drukke vrijdag.

Weinig personeel, drukke kraam,  3 moeders binnen op verloskamer; 2 stoeme inducties en één spontane arbeid.

Ik ben zo druk met de kraamvrouwen en parturiënten : parameters, informeren en geruststellen, bloednamen, loodgieterij met buisjes steken en  medicijnen titreren , telefoneren, computergedoe.

Ik moest Hannah ook snel checken en monitoren.

Ik ga niet in op haar ongerust stemmeke dat zegt dat ze wat méér verlies heeft;  ik kijk gewoon over haar heuveltje  heen in haar slip welke  ze bescheiden naar voren trekt en vind dat het nog meevalt, check  snel haar bloeddruk,  duw op haar buik want weet onderhand wel hoe het kindje ligt, riem de knoppen vast en dat is het.                                Ik blijf misschien in totaal 5 minuten bij haar en ren naar de bel in het verloskwartier…

Na 20 minuten heb ik de monitor nodig bij de stoeme inducties ; bij Hannah scheur ik de strip weg, stel vast dat de variabiliteit vervlakt is, dat de baarmoeder wat onrustig is en in mijn haast drop ik de strip zonder veel poeha op de desk van de hoofdvroedvrouw (normaal toch nog nazicht door de arts en dan klasseren na de verzorging) .

Ik cross met de monitor het verloskwartier in en vergeet Hannah.

Je voelt de plot van dit verhaal komen natuurlijk.

Een paar uren later krijgt Hannah een partiële loslating en wordt het een spoedsectio zowaar zo erg als in een rode “E.R. film”. Een groot  bloedbad…. Hannah stolde nauwelijks.  Er  wordt met zoveel volume getransfundeerd dat ze postpartum naar de intensieve moet.                                                                                                                          Kleine Knarf is nog slechter. 33 weken- asfyxie.  Geïntubeerd, hoge percentages zuurstof, alles slecht maar stabiel zoals dat noemt, en vervolgens : transport naar NIC.

De eerst stoeme inductie bevalt in de vooravond, na epidurale, blaassondages, episio, zuignap.  De tweede is een secundaire sectio geworden vlak daarna, omwille van niet vorderende ontsluiting (nooit in fulminente arbeid geweest zijnde)  op 39weken 3/7; immers gestart deze morgen met géén centgrote ontsluiting, stramme cervix en gestrand op 3 cm met al uren gebroken vliezen. De dokter was ook moe van al die pathologie die dag en wou erger voorkomen …

Die vrouw met spontane arbeid  is tussendoor bevallen in bed, bijna op haar alleentje, samen met Veroniekste, de derdejaars die ons zo geweldig helpt.

Door al dat verloskundig gerommel met te weinig volk, te veel ‘high care’ – toestanden bij verkeerde patiënten, te veel stress omwille van opdringerige telefoons, onverwachte instructies en interventies van artsen, ongeduldige toekomstig ouders, heb ik Hannah verwaarloosd. (Voel je mijn defensie? Prioriteiten leren stellen hoor ik jullie allemaal roepen!)

Ik heb géén aandacht gegeven aan haar fysiek, niet aan haar verhaal, niet aan haar onderbroek, niet aan de tijdsduur van de monitor, niet aan haar kindje, niet aan haar beleving.

Komt dit omdat ik haar ‘gewoon’ was ?

Ik heb niet goed gedaan, niet goed gedacht- niet geobserveerd- niet één seconde blijven stilstaan.

Het zal wel goed komen met Hannah- maar kleine Knarf kwam niet meer oké. Knarfje werd 3 dagen na zijn geboorte losgekoppeld van de beademing o.w.v. uitgebreide hersenbloedingen, en stierf in de armen van zijn bleke papie.

Mijn hart brak.

Een hart heeft een soort van intelligentie en het mijne huilt sindsdien vanbinnen. Ik kan met niemand praten over mijn gevoelens. Ik heb géén schuld aan de bloeding; ik heb die bloeding niet veroorzaakt, ik kon het niet voorkomen (is dat zo?)…maar binnen in mij huilt het.  Ik heb géén woorden voor wat ik voel. Ik denk en denk over alle mogelijke ‘als…dan… opties’ en ik was er bij.

Er wordt géén claim ingediend, er is géén verwijt, er is géén nabespreking.

Het is iets wat gebeurd is; un fait divers dans ma carrière, point.

Ik blijf er op aanhikken. Ik ga elke verdere dag op automatische piloot. Als ik thuiskom lig ik lam op de zetel ; ik slaap slecht en heb altijd tranenkeelpijn. Ik zou willen shoppen maar ben te moe, ik zou willen papier hangen maar kom er niet toe…

Ik heb het tegengestelde gevoel van enthousiasme. Mijn vroedvrouwendagen hebben een rouwrandje.

Als ik maar…. dan….

Ik word zot. Stoeme inducties. Stomme zieken. Stomme Knarf : “wat kwam je hier doen in het leven van Hannah en mij, om dan dood te gaan?”

Als ik het probeer te vertellen tegen mijn zus, dan vind ik niet de woorden; mijn tanden klemmen, mijn ogen rimpelen, mijn mond is dan zo’n afschuwelijke scheur, mijn stem nijpt  en mijn hart huilt.

Schuld en boete?

Gevuld en vol van ledigheid…

Geduld en wachten tot het overgaat…

Ik hoor mezelf dingen zeggen die uitleg willen geven aan mijn gemoed, maar het is zoals een foto doorgeven van een gans complexe situatie.

Als ik er over praat haat ik mezelf; dan is het precies alsof ik voortdurend in defensie ga en dat wil ik niet.                                                                                                                        Gevoelens verklaren in woorden is niet hetzelfde als gevoelens voelen.

Het is allemaal zinloos.

Niemand kan in mij komen zien hoe kapot ik zit.

Ik was niet alleen om zoveel ballen in de lucht te houden, …maar als…dan…

mits  en  … indien  ….

Een mix van emoties, een julienne van lange smalle gedachten…cirkels en kringen van altijd maar dezelfde denkpistes.

Ik voel zo’n groot gat in mij, zo’n  holle fysiek werkelijke diepe pijn.

Ik heb al ooit eerder gelijkaardig lijden gevoeld  bij groot verdriet en rouw en beklijvende bevallingen. En nu weer.

Dit is professionele benauwende diepe traag helende miserie.

Ik voel me goed waardeloos.

Dit ben  ik niet;  dit heb ik meegemaakt en het heeft me in deze stemming gebracht. Het voelt als een vieze, akelige krab aan mijn hart en spirit.

Hoe kon ik dit vergelijken met een warm kindje in een sling???

Neske de Wijzervrouw

Advertenties