Geplaatst in Geen categorie

Het lijken klaprozen, maar het zijn zaaddozen

  • Het lijkt alsof het kind in utero in nood is, met dramatische pieken en dalen in het CTG, maar als het gesectioneerd geboren wordt, is alles pico bello in orde
  • het lijkt alsof een vrouw in regelmatige arbeid is, met indrukwekkende hellingen op de curve, maar ze lacht en gibbert : “als dat maar alles is, heeft iedereen dik overdreven”
  • het lijkt alsof de arts geëngageerd is tijdens  de bevalling, maar tussen schort en spuit instrueert zij instructies zoals kamer 508/1 – ‘tocolyse tot maandag’ en daarna sectio. “ Wat perst u goed mevrouw”
  • het lijkt alsof de vroedvrouw de studente opleidt maar ze test de studente, gebruikt haar en slacht haar af met een deskundig en ervaren glimlachje
  • het lijkt alsof het pasgeboren kind in orde is, maar binnenin z’n lijf zitten alle bloedvaten mis
  • het lijkt alsof de dokter en de vroedvrouw overleggen : zonder oogcontact luistert hij naar haar, maar drijft toch zijn zin door
  • het lijkt alsof de verloskamer in orde is, maar medicament A. in de reanimatiekoffer is vervallen…
  • het lijkt alsof deze man en vrouw elkaar graag zien, maar heimelijk hoopt de vrouw dat dit kindje echt van hem is
  • het lijkt alsof een vrouw borstvoeding wil geven, maar liever zou ze het niet doen. Ze geeft het alleen maar preventief tegen alle schuldgevoelens
  • het lijkt alsof een vrouw geen pijnstilling wil omdat ze zo graag natuurlijk wil bevallen – alhoewel ze nu echt niet meer verder kan-  maar de vroedvrouw heeft geen tijd tot één op één begeleiding
  • het lijkt alsof een vrouw persé een epidurale wil omdat ze denkt dat ze niet tegen pijn kan en wil ‘genieten’ van de geboorte, en omdat ze even modern is als al haar vriendinnen, de dokter, de vroedvrouw en  ze kent het ook niet anders via de media
  • het lijkt alsof het kind voortdurend honger heeft, terwijl het alleen maar wat wil rusten en wiegen tegen mama’s borst
  • het lijkt alsof de ouders blij zijn met het kind, doch het kind is niet uit grote liefde geboren, maar eerder bedoeld als cement tussen hun beiden
  • het lijkt alsof de kraamafdeling één nette vrolijke afdeling is, maar achter elke deur heerst een verdriet, een blijdschap, een ongerustheid, een boosheid, een onbegrip, een pijnt, een klacht
  • het lijkt alsof de bevalling goed is gegaan, maar de moeder is geraakt, de vader is gekwetst, de baby te hard aangepakt, de dokter oké, de stagiaire genegeerd, de vroedvrouw gefrustreerd, de studente-vroedvrouw blij
  • het lijkt alsof de man zijn vrouw liefheeft, maar heimelijk droomt hij van een knuffelig zachte jonge maagd i.p.v. dit problematisch zuchtend gedrocht
  • het lijkt alsof de vroedvrouw geïnteresseerd luistert naar het verhaal van een kraamvrouw, maar met de klink in de hand hoort ze alleen de bellen gaan
  • het lijkt alsof de studente hard werkt, maar ze heeft niet voldoende inzicht, en dan is je best doen op instructie niet goed genoeg
  • het lijkt alsof de vroedvrouw professioneel meeleeft en empathie uitstraalt, terwijl ze zoekt naar complimenten en bevestiging
  • het lijkt alsof oudere vroedvrouwen wijs zijn en veel weten.

Maar jonge vroedvrouwen leren mensen kiezen: ‘dit zijn de opties en wat wil jij?’. Oudere vroedvrouwen zeggen al te vlug  : ‘ik weet uit ervaring wat het beste is voor jou’.

Jonge vroedvrouwen zeggen sneller : ‘dit zijn de keuzes, dit de eigenschappen, dit de voordelen  en dit de nadelen’ en eindigen altijd met een vraag: ‘Wat wil jij ?’

Het lijkt wat het lijkt.  Maar het is niet altijd wat het lijkt omdat het meestal anders is dan wat blijkt.

Jonge vroedvrouwen kunnen oude zielen zijn, en oude vroedvrouwen kunnen hip en zielig zijn…

Klaprozen  zijn geen bloemen maar toekomstige zaaddozen.

uitgebloeide klaproos

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie, vroedvrouw, vroedvrouwkunde

Verstandelijk gehandicapt is niet het zelfde als bewusteloos

gehandicapt

 

 

 

Myleneke is 26 jaar. Ze heeft een verstandelijke ontwikkeling van een kind van 8 jaar. Ze kan lezen : roos, maan, vis. Ze kan rekenen tot 10. Is lief. Is opgewekt. Is mooi. Klinisch genetisch belast.

Rob is 29 jaar. Verstandelijke ontwikkeling van een kind van 6 jaar. Kan niet lezen, niet rekenen en is een kwaaie. Hij neemt medicatie tegen epileptie-aanvallen.

Ze wonen in een huis beschut wonen. Myleneke werkt in een werkplaats waar ze knutseldingen maakt, Rob gaat elke dag naar het dagcentrum koekjes bakken.

Myleneke en Rob kussen graag samen. Dan starten allerlei hormonen op. Dan groeit en bloeit en hier en daar een erectiel orgaan.

Rob droomt van een baby. Myleneke ook. Ze fantaseren vaak over een droom dat ze papa en mama zijn. Myleneke heeft een fijne pop die bij hen slaapt en een tutje heeft.

Myleneke heeft een spiraal. Al  5 jaar. Moest vervangen. Rob wist niet dat er iets stak. Hij wil niet dat er iets steekt waar hij het liefste is.  Als de dokter zegt dat er een baby kan komen als ze het spiraaltje niet vervangen zijn Rob en Myleneke superenthousiast.

En zo geschiedt. De dokter verwijdert het spiraaltje. Patiëntenrechten. Zelfbeschikkingsrecht. Ethiek en non-ethiek in conflict zoals rechtspraak en rechtvaardigheid ook geen synoniemen zijn.

Myleneke is sneller in verwachting dan het licht. Rob wil ook elke nacht, dus de kans dat ze een eisprong zouden gemist hebben is nihil.

De ouders van Myleneke zijn doodongelukkig. Ze willen een afbreking, maar dat willen de ouders van Rob niet. Die zeggen dat het wel zal gaan. Die willen wel af en toe babysitten.

Het wordt een moeilijke zwangerschap, met veel overgeven en bekkeninstabiliteit en buikpijn. Met familiale spanningen en af en toe een korte opname. Myleneke draagt de zwangerschap uit, evenwel met een groei-achterstand en vermoeden van een genetisch belast kind.

Tijdens de weeën weent ze van de pijn, draait krullen in haar haar en roept op papa. Bij de epidurale kan ze niet stilzitten.

Rob is is ontheemd en angstig, en kijkt met grote ogen naar de lange naald en gaat duimend weggedraaid in de zetel zitten bokken. De vader van Mylene belooft dat ze straks haar hondje mag zien, dat in de auto wacht, als ze nu maar goed perst. En daarom perst ze hard. Ze perst een bleek klein slap kindje uit. Apgar 2, 6, 7. Moet de incubator in. Mylene vindt het allemaal goed, ze wil vooral seffens even haar hondje strelen aan de ingang van het ziekenhuis, want dàt heeft papa beloofd.

Mylene en Rob zitten vaak hand in hand. Ze zien hun kindje heel graag. Ze mogen het vasthouden als de vroedvrouw er bij is. Mylene kan al helpen bij een boertje laten, en pipi pampertje wegdoen. Ze vindt het wel vies, ook het naveltje vindt ze absoluut niet mooi. Moet nog buikgaatje worden.

Baby moet een poosje op neonato blijven. Het kleintje is te slap voor goed te zijn.

Het ligt veel heel stil.

Ik weet niet hoe het verder loopt.

Neske de Wijzervrouw