Hartverscheurend wenen na de geboorte

Marijke huilt erg, vlak na de geboorte van Miesje. Dikke tranen komen uit haar dikke ogen. Met een natte vinger kroelt ze over het natte plakkerige hoofdje van haar  kleine baby. Onophoudelijk.

Vele tranen rollen onverdroten over haar bleke wangen. Snikjes wellen op uit haar keel.

Ze spreekt niet. Ze houdt haar baby omklemd. Ze is in zichzelf gekeerd en weent. Haar partner Maarten, staat er bij en kijkt er naar. Hij geeft haar een beleefdheidskus. Hij omhelst haar niet. Hij is ontroerd maar begint niet te vaderen. Maarten is ietwat afstandelijk en eerder observatief.

De vroedvrouwen brengen het gezin naar de kamer na de geboorte en installeren Marijke en Miesje, de valies en het gerief. Marijke blijft weemoedig.

De vroedvrouwen leggen het kind aan. Het hapt al na 5 minuten.  Het zuigt zich gretig vast als een zuignap. De vroedvrouwen verlaten de kamer.

De man verlaat de kamer één minuut later, om iets  te gaan eten en te telefoneren. Hij is content dat dit alweer achter de rug is. Hij heeft een uur voor de geboorte,  een game verloren op zijn tablet en is lichtjes geïrriteerd daardoor. Hij is wel blij met het kleintje, maar haat het ziekenhuis, het chaotisch gedoe,  het bloed van de bevalling en het aankomend bezoek van zijn schoonmoeder.

Achter de kraamdeur voltrekt zich een vloed. Een toenemende vloedgolf van gevoelens en scherp snijdende droefheid bij kraamvrouw Marijke.

Marijke voelt kleintje zuigen. Marijke voelt hoe haar borstkliertjes ineens spannen en beginnen te sproeien in de letdown-reflex. Ze voelt haar baarmoeder in pijnlijke contracties samentrekken en het bloed stroomt in natte gutsen op de grote onderleggers.

Marijke is opnieuw moeder geworden en nooit was ze zo verward. Zo gelukkig en zo verdrietig. Tegelijkertijd. Terwijl kleintje aan haar tepel trekt moet ze steeds harder schreien. Ze is zo ontzettend opgelucht dat Miesje in orde is. Dat ze ‘af’ is, dat ze goed ademt en dat ze kan drinken. Er is een drukkende ongerustheid van haar afgevallen, en nu komen de tranen in overvloed. Ontstopping van onrust.

Ze weent  onafgebroken zodat haar lichaam schokt, en kleintje per keer feller moet vastzuigen om niet van de tepel af te glijden.  Marijke wordt overspoeld door emoties die op haar afrollen als golven uit de zee.

Ze voelt hoe eenzaam ze was tijdens deze zwangerschap en zichzelf voornam om goed voor haar kindje te zorgen. ‘Het zal alleen een moeder hebben’;  dàt gevoel had ze gekregen in de loop van de maanden.

Ze voelde zich verlaten in de arbeid, waar ze te midden van 3 andere vrouwen de verdeelde aandacht kreeg van goede vroedvrouwen. Verdeeld, en niet specifiek voor haar. Eens uit bad, kwamen ze niet meer verder dan geoorloofde procedures en interventies, en de dokter draaide snel het kleintje er uit na een snerpende knip.

De tranen van verscheurdheid voor haar oudste kind Klaas, wellen op. Zal ze hem niet te kort doen met dit nieuwe wichtje?  Heeft ze liefde genoeg voor twee kinderen? Hoe gaan ze het samen redden, zo’n kleine broertje en zusje?

Het monster van de verantwoordelijkheid doemt als een schaduw op en knijpt haar keel toe. Ze is levenslang verantwoordelijk voor dit kleine popje dat na veel pijn uit haar lichaam glipte. Dit kleine, fijne kindje. Dit kleine,fijne magische wezen. Het glimt nog. Niemand weet wat het te wachten staat.

Oh wat mist ze haar eigen vader. Oh wat zou ze graag tegen hem vertellen over kleine Klaas , en de verhuis, en de moeilijkheden met haar man Maarten.

Ze voelt opnieuw  het verdriet om  haar overleden vader. Wat zou hij fier zijn op haar! Wat zou hij haar helpen bij alle ‘mannendingen’. Diep, diep verborgen droefheid komt omhoog in haar keel. Was papa er nog maar. Kon papa haar nu komen wiegen en geruststellen zodat alles in orde zou komen.

Mama komt straks. Mama is de felle mama niet meer sinds opa overleden is. Mama is wat verbitterd, wat moedeloos en wat hangerig.

De emoties van rouw doen haar snakken van gemis en verlangen.  Ze strijkt het kleine lijfje van haar pasgeboren meisje om en om, en legt het kindje in haar armen alsof het in een nestje ligt. Ze neemt tranen van haar wangen en smeert ze op de wangetjes op haar kleintje. ‘Kusjes van opa’ zegt ze verstikt.

Ze weent om de wereld. Om de natuurvervuiling waarin haar kindertjes moeten opgroeien. Ze verontschuldigt zich bij Miesje voor de moeilijkheden die er staan aan te komen door ziekten, hitte en watertekort.

Ze weent om de bevalling.

Teleurstelling dat ze niet in bad kon bevallen maar eruit moest omdat het vruchtwater groen kleurde. Ze voelde zich gedragen door het warme water. Ze voelde alsof de pijn werd verdund door het water. Ze had kou na het bad. De weeën werden heel pijnlijk in haar rillende lichaam. En ze werd méér kwetsbaar voor vaginale onderzoeken die ze verafschuwt. In het bad had ze een veilig coconnetje rond zich, maar eens op het land, werd ze onderworpen aan priemende dingen: vingers, infuus, elektrode, en uiteindelijk pijnstilling die ze niet wou, maar ook niet meer kon weigeren. De geboorte van Miesje was een geboorte in eenzaamheid en weinig verhaal.

Ze huilt onafgebroken. Onderdrukt.

De vroedvrouwen lopen naar binnen en checken alles. Er is niets aan de hand.

Het is het hart. Het is het moederhart dat gevuld is met tranen. Er is niets aan te doen.

Géén omhelzing, géén dekentje, géén gesprek op dit moment, kan tegemoet komen aan de toenemende uithalen van diepe gevoelsgewaarwordingen.

Het is niet zoiets als : hou er een nierbekken voor, spit it out, en over. Zoiets is het niet.

Het is de ‘emotionele dans surplace’ van vele indrukken en gevoelens na de bevalling. Het is het magische uur van complexe gedachten, gevoelens en emoties,  die na een geboorte op- en afschieten in het hoofd en in het lijf.

Het lijkt bevreemdend. Het is bij vele  vrouwen aanwezig, maar komt niet bij iedere vrouw even fel naar boven.

Dit oerverdriet en overleefde stress verdienen veiligheid en stil respect. Meer niet. Het is geen pathologie, het moet niet onderzocht worden.

Het is helen na de bevalling, als ge van mekaar zijt gegaan.

Helend huilen leidt tot terug heel worden.

Neske de Wijzervrouw

20200206_200721