Chemotherapie is géén battle. Het is ondergaan en hopen op het beste…

En ze zeiden : Neske, schrijf eens een column over je chemotherapie.

En de radio speelt : ‘Leef, alsof het vandaag je laatste dag is’ ….

Ik moest over deze schrijfbeurt nadenken. En tijd vinden tijdens het mottig zijn, en goesting krijgen om te schrijven, en energie voelen. En niet te negatief geladen schrijven, en niet te positief want ik weet niet wat er nog komen gaat…

En toch ook wat grappig en voor inleving zorgend.

Nu dus, na 10 chemobeurten denk ik dat ik een tussentijds rapport kan schrijven vandaag. Over de chemo en de eigenschappen, over de chemotische bijwerkingen en de effecten op mijn geteisterd lichaam. Ik moet nog 6 maandagen chemo krijgen, en om de drie weken een dikke subcutane prik met Herceptine en Perjeta telkens in een dun been, afwisselend. 15 ml. is een grote hoeveelheid.

Ik heb een sterk gezond lijf, met een slechte plek. Rechterborst, op 12 u en 13 u. Voorlopig vakkundig geattaqueerd door medicijnen die alle snelwerkende cellen verhinderen snel te werken. Dat benauwt.

Die tumoren met grillige vormen en zin in uitbreiding, zijn nog ter plaatse en moeten stilgelegd zodat er géén cellen verspreiden. Die tumoren –  of wat er nog van zal overschieten – moeten er uit, na de chemo.

Dat ze nog géén injectie in de tumor kunnen geven, een soort van genocide op de tumorcellen, dat verwondert mij erg. Ik zou dat uitvinden moest ik uitvinder zijn. (PS : ik zou de mammografie afschaffen en beha’s uitvinden met thermografie en MRI-technologie).

Al mijn goede, prettige, noodzakelijk geweldige celletjes gaan  voorlopig kapot bij elke intra-veneuze invasie van toxicologische stoffen. Hersencellen met dementia-light tot gevolg en de indruk van inkrimping van intellectuele vermogens. Soms voel ik de Taxol tegen mijn hersenpan opbotsen in impulsen met kleine, witte black-outs als lichtflitsen. Ze zeggen dat dit tijdelijk is, maar hersencellen groeien niet meer aan, zoals levercellen na een lever-resectie.

De borst is een aandoenlijk, raar, uitwendig hoopje kliertjes, meesterlijk verpakt. De tumoren waren te voelen na ernstige palpatie. De chemo werkt dààr in. Ik voel schervende opstoten van bizarre gewaarwordingen in dat vreemde tumorweefsel. Dat de chemo maar goed werkt!

Mijn huid als chemopatiënte is een sneeuwstorm van vallende, witte, kleine stofjes en poeder. Niet erg. Maar niet aantrekkelijk.

Soms lijkt het alsof mijn huid te klein is voor mijn lichaam. Handen en voeten spannen. Vingers zijn dunne gevoelige sprieten met witte uitgedroogde rimpels en gedehydrateerde sponsige toppen, alsof ik te lang in bad zat. Plots ontstaan soms kleine vervelende kloofjes op de vingertoppen. De nagelriemen groeien mee halfweg op de nagels als ik niet oplet. Ik neem forsige vitaminen B-complex om neuropathieën te voorkomen, en dat lukt. Hooray, hooray, it’s a sunny sunny day!

Ik heb van tijd tot tijd klachten die ik zelf niet kan uitvinden zoals pijn aan de achterkant van mijn voorste tanden. Hoe bizar kan het worden?

Sneldelende cellen zitten in slijmvliezen, bijv. de binnenkant van de darmen. Die sterven in massa af. Snel, elke dag. De darmen rommelen na een maaltijd zoals een wasmachine op kruissnelheid van spoelen en uitpompen. Dat leidt tot plotse onvoorspelbare frequente badkamerbezoeken. En de chemo verlaat het lijf via de natuurlijke weg. Aangenaam is het niet. Ik gebruik soms een masker. Nu eveneens een luchtverfrisser voorzien (al ben ik er tegen), want het is tot brakens-toe vies. Dat zegt niemand jou : dat chemo-uitscheiding een stinkende business is. Zelfs mijn oksels ruiken medicinaal bij angst tijdens onderzoeken en interventies…

Misselijk? Ja, maar niet constant en Litican is in the house. Deze medicatie zit in elke jas en handtas. Als de nausea de achterkant van mijn droge keel bereikt, geeft dit een vol gevoel. Schimmige gewaarwordingen in mijn gezicht van oprukkend zweet en koude neus, wordt vakkundig gecoupeerd door dit geweldig pilleke Litican, mijn beste vriendje. Ik moet het innemen met water, en dus drinken en slikken met de nausea die tot in mijn ogen prikt, maar ik kan al vele fysische grenzen verleggen en dat lukt wonderlijk wel. Want eens de nausea verdrongen, kan ik eten en als ik kan eten kan ik chemo uitscheiden… Rare kronkels zijn ook kronkels.

Alle haar op mijn lijf is verdwenen. Dit lichaam zonder haar is een tijdelijk fenomeen en geeft een aantal onvoorziene kenmerken. Ik was mijn schedel nog met shampoo. Voor de geur. Omdat het hoort bij een douche. Eveneens nabehandeling met balsem voor de schedelhuid. Ik heb een oké schedel. Ik lijk op mijn vader zaliger, zo zonder haar. Het is niet leuk om geen haar te hebben, maar ook geen ramp. Ik heb een pruik gekocht die ik buitendeurs draag, en binnenhuis pimp ik mezelf met fleurige tulbanden.

Het bijhouden van een oprukkende bikinilijn is tijdelijk géén issue. Alles downstairs is droog en gevoelig. So be it. Mijn benen zijn mager en droog met opvliegende dode huidcellen. Géén enkel haartje, niet op knie of dikke teen. Gewoon kinderlijk effen benen zonder begroeiing, zacht als de witte buitenkant van een gepeld hardgekookt eitje.

Het ontbrekende neushaar geeft onweerstaanbare niesbuien. Zonder zakdoek red ik het niet. Sneldelende cellen worden ook geterroriseerd in het neusslijmvlies. Snutten geeft enthousiaste neusbloedingen. Niet ernstig, maar hoogst onaangenaam. Zeker als je door je zakdoekenvoorraadje zit tijdens een bezoekje. Slurpen, optrekken en afslikken leerde ik ongemerkt meesterlijk uitvoeren.

Chemo beïnvloedt zelfs  cellen in mijn hart. Dit geeft me wat zorgen voor later; misschien word ik nog ooit een hartpatiënte door de huidige behandeling, met later een verminderde hartspierfunctie. Maandag staat weer een echocardio op het programma en dat is niet alleen omdat ik een schoon hart heb.

Chemo komt in mijn bloed terecht en werkt hier snel en hevig in. Lage hemoglobine en lage witte bloedcellen en vermoeidheid zijn bloedgevolgen.

Ik schrijf niets over de kleine aften af en toe, noch over de immense hoofdpijn in het begin van de therapie. Het is voorbij, ik ben er door gekomen. I had good cure.

Qua verdrietige gevoelens is er natuurlijk het verlies van mijn gezondheid. Dat is héél droevig makend. En brengt onrust. Ongerustheid ook. Altijd op de loer voor ‘symptomen’. Kwaadheid verdorie.

Fuckerdefuck wat is me toch overkomen.

En ik betoon kinderlijke medewerking om weer gezond te worden. Als ik samen met de chemo, en de operatie, en de bestralingen, elke dag nog 15 minuten zou moeten op mijn knieën kruipen en gewicht heffen, ik zou het doen als het mij terug gezond zou maken.

Er worden géén oorzaken gezocht. Mijn vaststelling : er zijn gewoon te veel vrouwen met kanker. Plots. Borstkanker. Het lijkt op een  epidemie die één vrouw op 8 treft. In 2019. De vraag of je kanker zal krijgen is minder relevant dan de vraag : wanneer ben jij  aan de beurt?  Ik ben al behoorlijk oud geworden, maar in november heb ik de floche gepakt zei iemand. ‘Een slecht lotje getrokken’ zeggen mensen soms. Ik heb niets getrokken. Het is geen kermis. Het is me overkomen.

Ik ben elke dag veel uren alleen, doorbroken door bezoekjes en boodschappen doen, wandelen met de honden, kortstondig fietsen op de hometrainer, langdurige gezicht-restauratie met make-up en verdoezelen van rare vlekken.

‘Alleen zijn’ is een gewoonte geworden. Ik ben stil, kijk gewoon om te zien, zorg voor wat discipline van eten en rusten. Ik moet niet wenen, moet niet positiever zijn dan ik ben. Ik ben een stille persoon in mijn eigen woonst, met hoofd- en zakdoek, op zoek naar leesvoer of bezigheid, met liggen en staren. En ook piekeren. Piekeren over ziekte en gezondheid, over doodgaan, over mijn gezin, over werken, gewicht en veroudering, financiën, moeilijke brieven van ziekenfonds en zorgverzekering. Piekeren over de operatie. Piekeren over de bestralingen en altijd maar je bloesjes uitdoen. Speculeren over het verleden : over mogelijke oorzaken, over stressvolle gebeurtenissen vroeger, en over ‘heb ik tot nu toe genoegvol geleefd?’. Heb ik niet te veel geleefd met de handrem op als het ging over ‘fijne dingen’ kunnen meemaken?

Chemo heeft héél veel prettige bijwerkingen. Ik krijg onverwacht bloemen. Mooie bloemen. Tulpen, orchideeën, gerbera’s, kelkjes, witte bloempjes, veelkleurige boeketten. Zo mooi. Elke dag veranderen bloemen. Tulpen vooral, die groeien door op ranke stengels en veranderen van kleur en sterkte.

Kaartjes komen met diepzinnige en liefdevolle teksten vol courage, knuffels, sterkte en welgemeende “word snel beter” boodschappen.

Over “beter worden” ga ik minstens een jaar doen voorspellen de artsen.

Mails beantwoord ik dagelijks en uitgebreid. Fijne, lieve, vriendelijke mails van vrienden en vriendinnen, van collega’s, van juniorcollega’s en afgestudeerde junioren, van verre vroegere collega’s, van verre kennissen,  van dokters, van lotgenoten, van bazen en nonnen. Soms uit onverwachte hoek of landen.

Whatappjes van de buurvrouwen zijn steunpilaren. Messengerberichten van verre en dichte liefhebbers doorkruisen de uren. Gewone smsjes vanaf ‘s morgens. Véél communicatie en lijnen van liefde. Althans zo voel ik het. Elk contact vanuit de gezonde wereld maakt me héél dankbaar. Ik voel liefde en dankbaarheid véél scherper, sinds de chemo en de diagnose dat mijn borstje ernstig ziek is.

Maar bovenal is er de familie. De kinderen met hun aandoenlijke vragen : “Je wordt toch al beter hé mamie?”.  Hun frisse stap klinkt krachtig door de triestige gang naar de oncologische afdeling, waar zij mij soigneren met hun cadeautjes, grappige verhalen, oplettendheid en liefde tijdens het indruppelen van de chemo uit een verduisterd zakje. De liefde van mijn gezin is ontroerend en zo wederkerig. Dat is hart-verwarmend en voor eeuwig goed.

Mijn oude mama is mijn grootste soepporter. Ze maakt duivensoep. Ze geeft me vleugels en wortels. Zij is niet de enige op de wereld die zegt: ‘Het is toch erg wat je hebt. Dit heb je niet verdiend’.  “Neen lief moederke, dit heeft niemand verdiend, maar we knallen er door”. Elke dag is een dag die geleefd wordt en leidt naar beter.

En de broers en zussen zijn onvervangbaar. Ze zorgen voor beautyrituelen, voor spirituele vondsten, voor genegenheid zoals dat is tussen mensen uit eenzelfde kerngezin.

Familie mag de wanhoop en de tranen zien, de schokkende schouders en de opborrelende snikken en snakken.  Niet te lang en niet te veel, want zij worden er het meest overstuur van, maar zij zijn de enigen die zo kortbij komen. Zij weten alles.  Ik zou geen vurige vlam blijven zonder mijn geliefden. Ik zou niet weten hoe ik kon recupereren na elke attaque zonder hun aandacht en genegenheid.  Lof aan de liefde. De liefde overwint alles.

Als de chemo de tumor heeft stilgelegd zal de operatie komen. Wanneer, hoe, hoeveel okselklieren : dat is allemaal nog onbekend. Het zal alleszins opluchting zijn als de kanker weggesneden is. Maar ik vrees de arm. De dikke arm.

Toen alles nog onduidelijk was, begin november 2018, gaf ik de behandelende arts onderstaand gedicht en zei : “snij alle kwaad weg… ik wil leven”.    Er komt echter pas chirurgie na afloop van de  langdurige chemo.

—Lex barbarorum—

Geef mij een mes.

ik wil deze zwarte zieke plek

uit mijn lichaam wegsnijden.

ik heb mij langzaam recht overeind gezet.

ik heb gehoord, dat ik heb gezegd

in een huiverend, donker beven:

ik erken maar één wet:

léven.

allen, die wegkwijnen aan een verdriet,

verraden het en dat wil ik niet.

—Hendrik Marsman—

Ik zal nog schrijven na de chirurgie. Één column.

Ik zal nog schrijven, na de radiotherapie. Één column.

En daarna ga ik vlammen in het leven, feller dan voordien.