Geplaatst in Geen categorie

Junkske

scheutje

Ik ga arbeidskamer drie binnen, met een klein hartje.

Ik ben gebrieft over Isabelle – 25 jarige primi, à terme, in arbeid en weduwe, of eigenlijk wettelijk weer niet; de papa van het komende kind is 3 maanden geleden verongelukt. De trouwdatum was vastgelegd een maand vóór het einde van de zwangerschap.

Terwijl ik bij haar zit, mijn hand op haar buik, kijk ik in haar blauwe vermoeide ogen en luister naar haar diep treurig verhaal.

Hij ging weg met een stralende lach, een frisse zoen en een dikke knuffel; hij aaide zelfs nog haar gezwollen buik en riep overmoedig : “train je maar goed mijn klein voetballerke”….

Jelle kwam nooit meer terug; zij kon hem nog slechts begroeten in het mortuarium.

Haar kus op zijn voorhoofd kwam terecht op zijn koude huid.  Verscheurd en verward, keek ze naar hem :  oneindig onbereikbaar … en tegelijkertijd, trappelde zijn  kind  en ging te keer.

In een waas van ongeloof en verdriet, van drukte en regelingen stond zij vijf dagen later  aan zijn graf en lei een rode roos van haar en een witte van de baby op zijn kist.

De dagen en weken nadien waren chaotisch en rommelig.

Het kindje bewoog en groeide en zij miste haar liefje, haar maatje, haar vriendje.  Zij ging vaak naar het graf maar ze kreeg geen teken van de overkant.

Ze vond dat de wereld moest stilstaan en meeschreien om haar groot gemis.

Zij verlangde om ook te sterven. Maar de wereld draaide verder,  en haar buik groeide.

Ze woonde op een flatje, ver van haar familie. Eenzaam, broedend, wachtend op Jelle -junior.

De arbeid kwam voorzien onvoorzien.

Het water brak zoals ze zeggen, en de weeën bleven uit.

Ze moest opgenomen worden : een achterste plaatsing.  Een droge lange zware arbeid to come.

De broer van Isabelle, Ludo,  wilde bij de geboorte zijn en Isabelle belde hem op 4 cm.  Haar broer heeft al 2 kinderen en is zowel vertrouwd met Belle als aan de verloskamer en de pijn.  Hij wrijft haar rug een poosje en vindt dan dat een epidurale een fijne manier is om door te doen.

Belle begrijpt grote broer en na een uurtje is ze inderdaad pijnvrij, arbeidspijnvrij. Door het rechtzitten tijdens het aanprikken, en het plotse ontspannen daalt swiebertje vlot in en draait nog naar voor.  De arbeid schiet op .

De pijn van het gemis en het verlangen naar haar maatje wellen plots in hevigheid op.  Ze weent met diepe snikken, gillende uithalen, krampende ademhaling, klauwend eenzaam hard verlangend…

Met haar grote natte ogen zoekt ze mijn ogen en vertelt ze hortend over Jelle. Welk een schoon mens, zachte teddybeer, eerlijk, een werker, een liefdevolle man, een beloftevolle papa …

Ludo knikt bevestigend. Hij hield ook van zijne maat…

Haar gezicht is verwrongen van pijn. Ik hoor hoe haar trachea als een gespannen buis lucht inzuigt en stotend uitgiert. Ik zie de strakke kaakklem, de getrokken gezichtsspieren, de plooien van verdriet rond de ogen. Ik gewaar de droefheid ten volle.

Zij is héél alleen en toch nog even totaal samen met junior.

Het is confronterend voor Ludo, en voor mij.

Er is géén troost – Jelle  komt nooit meer.

Straks is er junior, het kind van hem; het scheutje, het jongske.

Maar het is niet Jelle  en Isabelle weet dit zeer klaar en helder.

Ze voelt hoe het kind uit haar lichaam wil en zij straalt doodsangst uit.

Loslaten is niet hetzelfde als loskomen : het ene is voor haar, het andere voor de baby.

Zij is op een vreemde manier zich bijzondere bewust van deze magische toestand waarbij ze Jelle  achterlaat en doorgaat voor junior.

Er is de geboorte van het kleine gefrutseld hoofdje. Er is het fluks draaien van het koppeke zonder nek, het doorploffen van de schouders en het soepel glibberen van het lijfje.  Er is de schrale tere schrei van pasgeboren longetjes en het rare schuiven van beentjes en armpjes die plots veel ruimte hebben.

Jelle- junior wordt rustig dankzij het natte strelen van zijn mama en er is diep geluk te bespeuren in deze momenten van rust en herkenning.  De stilte en het schreien zijn alles.

Junior is een lieverdje, dat zie ik zo.  Een kindje om te flikken en te flooien. Een klein klampend teer wezentje. Ronde wangetjes, mooie mondje, gezwollen oogskes nog, té veel bleek haar…

Het kind van Isabelle en de foto.

Gestadig aan zwelt  mijn eigen pijn  door mijn vroedvrouwenhart.  Ik leg junior aan de borst, en dan loop ik naar de w.c. en ween en ween en ween; om Isabelle, om Jelle, om Junior die nooit zijn papa zal zien, om mezelf.

Ik wist niet dat ik niet wist hoe ik zou reageren bij zoveel strijd tussen verdriet en geluk.

Ik dacht vroeger vóór ik vroedvrouw werd : als ik volwassen ben en mijn beroep goed ken en zo, dan zal ik alles onder controle hebben…

Nu ben ik al redelijk volwassen, zelfs waarschijnlijk al ernstig op weg naar af, en worden mijn inzichten steeds scherper : véél  van het leven is pure improvisatie.

De rozenschijn en babygeuren wennen, maar niet de uitersten van verscheurdheid tussen blijheid en diep verdriet, tussen hoop en wanhoop, tussen kunnen en opgeven, tussen dood en leven.

 

Neske de Wijzervrouw

Advertenties