Geplaatst in Geen categorie

Bemoeien

Voor het ziekenhuis zie ik mevr. Jaspers in lange witte benen rondtriepelen. Ze draagt een kort nachtkleedje en daarover een dikke golf. Langs haar loopt de Swa, haar vriend, te roken. Hij heeft steekoogjes, en een vooruitstekende groenewoud-kin, smoezelig begroeid met een baard alsof het een kadertje is rond zijn gezicht.

Ik merk dat Kenny rond haar drentelt, met zijn papflesje in zijn mondhoek. Kenny is bijna 3 jaar, een vrolijk  kereltje met een piercing in zijn linkeroortje, en met nog een dikke polder van zijn luier.

Het is echt een gure wind die rond de hoge gebouwen draait; en daarin staat mevr. Jaspers te waaien met haar bolle buik en blote benen.

Ze werd opgenomen o.w.v placenta previa socialis.

Ze lijkt op Sissie: ze heeft een mooi en teder wezen en lacht altijd met gesloten mond o.w.v. minder goede tanden. Ze heeft krullerig springerig haar, en vermoeide ogen. Ze moet rusten, vermits de placentaproblemen, maar ook omdat dit haar derde kindje is in 3 jaar en zij zo vermagerde.

We weten dat Mevr. Jaspers een probleemgezin heeft en dit enkel nog zal vergroten.

Mevrouw Jaspers en haar familie hebben een eigen beleveniswereld, welk voor ons moeilijk te bevatten is. Ze leven per dag, zonder perspectief of plannen, zonder visie voor de toekomst maar wel met een tele-visie. Kenny verblijft  bij haar, en nummerke Twee wordt vaak door een bobonne bijgehouden et c’est ça.

Mevr. Jaspers komt uit een marginaal oergezin, waar bijna nooit opgeruimd werd, laat staan gewassen of gestreken, waar géén onderhoud was van het huis, géén ambitie tot gezond eten of vooruitgang, waar de honden als levenspartners werden beschouwd, de geldbeugel altijd leeg was, en waar de schulden enthousiast toenamen dankzij de aanschaf van de laatste soort GSM, een home-cinema en een brommerke.

Jaspers et all  zijn weggetakeld uit hun krot vorig jaar na de geboorte van nummerke Twee, en het OCMWEE heeft haar en de Swa toen geholpen aan een sociale woning, in mijn buurt.

In hun eerste huizeke woonden ze nog maar twee jaar, en het vuilnis viel al aan de voordeur uit, de was lag te schimmelen tot tegen het plafond, en de fretten waren uitgebroken op zoek naar eten. Het was zomer en hun koten stonden nog te stinken toen ze thuiskwam uit het moederhuis. Toen is er ingegrepen.

Aan het krot hadden ze een toilet buiten,  achter de stal : een hokje met afgewaaid dak en zonder deur. De deur was brandhout geworden bij Kerstmis.

Ze hadden géén wiegje meer voor nummerke Twee,  maar een dikke poef (beanbag) om het kindje op te leggen. Ze hadden Kennie van 1,5 jaar,  een playstation en zo’n kwaaie hond met een geel hartvormige achterste en een vranke muil, zo eentje  met een rode bolletjesdoek rond zijn keel.

De Swa doet niet veel, behalve  drinken. Hij klaagt  vaak van rugpijn en  jeuk in zijn kruis. Mevrouw Jaspers is eveneens werkloos en kan niet zo goed lezen.                                             Het OCMWEE zorgt sindsdien als een goede (baargeld)moeder voor alles, en zij vinden dit vanzelfsprekend.

De kerngroep in ons stadje: ‘wij moeien ons wel’ heeft mevr. Jaspers leren koken, want haar maximale kennis ging van diepfriesfrieten bakken en rechtstreeks smullen vanuit het korfje, tot spaghetti met vlees en saus uit de  pot van DenAldo.                                   ‘Moei-groep’  hielp tevens  met de kinderkes en dagelijkse structuur.                                      De groep ‘ budgetbeheer’ heeft geprobeerd hen te leren géén schulden meer aan te gaan, maar het werkte zoals spieken; het mag niet en dan wordt het ongezien toch geprobeerd.     Ze wonen dicht bij mij in de buurt. Het huis ziet er altijd triestig uit. Het gras en onkruid staan mee droevig te wezen. Ik kijk altijd naar de tuintjes van mensen. Als de tuin zonder veel verzorging is, weet ik bijna zeker dat er binnenshuis onmin is.

De gordijnen hangen scheel, één venster is kapot en vervangen door een stuk MDFplaat. De corniches steken vol bladeren, hondendrollen all over the place.

Terwijl mevr.Jaspers bij ons op dienst een poosje rustte zag ik Kenny vaak op zijn sloefkes naar de kleuterschool stappen aan de hand van hun buurvrouw. Hij is een mooi, lief kindje en de kleuterjuffen geven hem een warm jasje en dikke bottekes tijdens de schooluren.     Hij draagt weken aan één stuk altijd hetzelfde plunje tot het stijf van vuiligheid is, en dan ineens steekt hij weer helemaal in het nieuw, wéér weken aan één stuk tot het stijf van vuiligheid…. Etc.

Mevr. Jaspers werd na 2 weken opname  ontslagen (bloeding gestopt, beetje verdikt) uit het ziekenhuis en toen heb ik iets gedaan wat niet mag.

Mijn zus en ik  hebben een korf gemaakt van eigen spullen voor dit vierdewereld gezin met proper pyjama’s,  wat ondergoed, kleedjes voor de nieuwe baby, fruit en versgemaakte soep.

Zus bracht het naar het huisje.  Ze deden niet open; de hond baste en de gordijnen bewogen. De spulletjes werden goed afgedekt aan de voordeur achtergelaten.

Een maand later, als mevr. Jaspers, baarmoederhals over kop, met 9 cm ontsluiting opgenomen wordt, bevalt ze in een pyjama van zus.

Het nieuw kindje krijgt deze keer borstvoeding, want goedkeup.

Swa is zo blij met het klein ‘ mieke’ en hoopt dat zijn vrouw snel weer gewillig is.

De verpleegkundige van Kind en Gezin wil praten over contraceptie, maar dat kost teveel, en ze gaan in Leuven afstappen als ze naar Brussel reizen….

Ze voelen liefde voor hun kinderen, ze zorgen er naar beste vermogen voor.

Iedereen helpt : vanuit het gemeentebestuur tot de buurvrouw, vanuit het ziekenhuis, tot de sociale wijkverpleegkundige…. en nooit zal het in orde komen zoals wij dat zien of denken te moeten zien.

Mevr. Jaspers en co hebben een eigen perceptie van het leven, een eigen vrij gelukkig bestaan : er is enkel één dag die telt en dat is vandaag….

Maar het voelt niet goed voor mij en anderen als ik die klein drebberkes zie…                         Er zou moeten een oplossing zijn. Er zou moeten een oplossing kunnen zijn.

Hypothetisch  zou de oplossing kunnen zijn: niet nog méér kinderen, géén hulp meer bieden, zelf verantwoordelijkheden laten nemen….maar dan…?                                     Criminaliteit, nog meer wegzakken, totale destructie van dit kwetsbaar gezin ?

‘Goh’ denk ik dan: laat ons maar allemaal helpen tot de kinderen groot zijn…

Neske de Wijzervrouw (2005)

PS: 2016: Kennie is een hangjongere ondertussen, nummerke Twee is verongelukt , nummerke drie is een schattig meisje van 11 jaar, nummerke vier en nummerke vijf zijn in een instelling, voor zover ik kon achterhalen.

 

 

 

Advertenties