Geplaatst in Geen categorie

Velleke tegen velleke

velleke

Ben had een fenomenale crush op haar. Hij was 17 en  Bo was 16: lief, mooi en zelfzeker. Zij werd ook op hem 🙂 .

Ze hadden het goed onder hun tweetjes: studeren, weekend job, strandvakanties; vaak gesponsord door de respectievelijke ouders.

Bo was nu 20 en wou zo graag een kind. Ben was 21 en wou graag aan auto’s knutselen en bij de mannen voetballen op dinsdag en donderdag.

Ze geraakten snel in verwachting en huurden vanaf dan een kleine studio.

Hij is fier op haar dikke buik. Zij is fier omdat hij zo fier is. Ze gaan elke woensdagavond bij haar ouders eten, en elk vrijdagavond bij zijn mama. Hij houdt ook heel veel van zijn moek.

Bo is volwassen, sterk, overtuigd en in arbeid als ze binnenkomen. Hij is onzeker, onrustig en stijf van de schrik op dat moment. Zij is bol, lief en bekommerd voor hem. Zijn pet staat hoog op zijn hoofd, zijn broek hangt laag en hij heeft een gezicht om in wenen uit te barsten.

Zij heeft lessen gevolgd en ademt zich goed door de weeën- guerrilla. Hij moet haar koffertje, welk ze zo netjes heeft klaargemaakt, uitpakken. Hij schudt alles los en rolt het in een bolletje.   Hij heeft dorst en plundert gestaag de automaat in de hall van het ziekenhuis.

Hij moet vaker naar de W.C. dan zij. Hij zoekt nabijheid bij haar. Hij duwt zijn rug tegen haar pijnlijk rug en tokkelt op zijn gsm. Hij wiegt op het ritme van de heartbeats. Great Beat.

Hij schrikt zich te pletter van het groene vruchtwater, en de slijmerige afscheiding. Ben weet niets. Ben geraakt totaal van de kaart, zeker als Bo hem af en toe stevig in zijn arm knijpt met toegeknepen ogen en al neusvleugelend gecrispeerd ademt.

Ze gaat vooruit en geeft aan veel pijn te hebben. Snelle evolutie van een fysiologisch geboorteproces  maar de harttonen worden eng. De Stan volgt waakzaam, en bij het eerste vlaggen hebben ze het vlaggen. Beslissing tot spoedkeizersnede komt niet te laat. Ben wordt buitenspel gezet en Bo wordt in een hels tempo verkast van parturiënte tot preoperatieve patiënte. De hele machinerie wordt in gang gestoken: van sonde tot electroden, van epidurale tot kinderarts. Ben volgt als in trance: pet wordt vervangen door gele muts. Afgezakte broek wordt bedekt met schort. Kabouterschoenen en een masker transformeren hem in een stijve pilaar. Zijn hart bonst in zijn keel, zijn slapen kloppen. Hij heeft angst en weet niet meer hoe te slikken. Hij wil zo graag dat Bo naar hem lacht en hem geruststelt, maar Bo is ernstig en gespannen en ligt als Jezus aan het kruis op de operatietafel. Iedereen scharrelt wat rond in de OP, en Ben is vastgenageld. De geuren, de geluiden, de koelte, de spanning maken hem zo angstig dat hij nauwelijks nog durft ademhalen, vooral ook omdat het masker steeds tegen zijn neus aangezogen wordt en hem ongepast kriebelt.  De dokters zijn snel; gelukkig zijn de vroedvrouw en haar studente ook in de zaal. Na een vreemd gesis en luchtje houdt de dokter ineens hun kleintje vast. Het is wit. Het wordt snel in een soort van open couveuse gelegd, flink ingewreven en dan begint dit kleine popje te wenen als een verloren gelopen katje. De vroedvrouw wikkelt het kleintje in zachte doeken en brengt het naar het gezicht van Bo. Bo kust het snoetje. Snif,  er loopt een traan langs haar bleke wangen. De vroedvrouw commandeert Ben mee op te hoepelen en snel snel verlaten ze de operatiezaal met kleintje in een glazen gesloten bakje. Hij volgt stil en wat nonchalant op sneakers, pet weer hoog op de bol, de haastige vlugge vroedvrouwen achterna.

Aangekomen op de afdeling kijken ze de baby gezwind na.

Het is zo druk. Het is kei-druk.

Ze dwingen hem in een zetel, verplichten hem zijn T-Shirt op te trekken en placeren pardoes kleintje op zijn frêle borstkas. Ze steken kleintje vast met een warme sponsen doek en zeggen ‘tot seffens’ en rennen weg; weer iemand klaar maken voor een keizersnede kan hij begrijpen.

Daar zit hij in een kamer helemaal alleen met dit kleine naakte mensje op zijn lichaam geperst. Wat is ze frêle. Oei koude voeten. Ze beweegt. Hij niet. Hij is compleet verstijfd van de schrik om kleintje te laten vallen. Hij voelt dat ze haar hoofdje wil optillen en daarom zakt hij wat meer onderuit zodat ze plat ligt op hem. Hij ziet haar niet goed. Hij wil “hellep” roepen, maar niemand kan hem horen, want iedereen is druk bezig. Hij houdt krampachtig het bundeltje vast. Hij wil zien of ze ademt. Hij voelt dat kleine gefrummel onder de handdoek en hoort piep- en knorgeluidjes. Hij weet niet wat hij moet doen. Is ze aan’t verstikken?

Hij weet het echt niet. Hij geraakt zijn positieven kwijt en denkt aan zijn eigen navelstreng GSM. Mama. Was mama maar hier bij hem nu…

Op één of andere houterige manier begint hij te voelen naar zijn telefoon. Hij weet niet meer hoe laag zijn broek hing, hij voelt de gsm niet op zijn billen. Hij moet zijn broek gewoon laten zakken om in de achterzak voorzichtig de gsm op te vissen. Dat lukt en flurkt hem helemaal op.

Hij kan, omdat hij zo plat uitgezakt op de zetel ligt, met één hand het bundeltje vasthouden, en met de andere hand zijn moek bellen.

Zacht maar dwingend spreekt hij zijn mama fluisterend toe in de hoorn. Dat hij in de problemen zit en niet weet wat hij moet doen; dat zij geboren is en op hem ligt. Naakt. En geluiden maakt. Dat mama moet komen. Nù. Hij legt af, en vanaf dan komt er rust over hem. Hij begint stilaan het hoofdje te strelen, bekijkt verwonderd haar kleine gezichtjes, steekt zijn vinger in haar hongerige mondje, kust haar mooie handjes en hoort pampergeluiden. Wist niet dat dit allemaal bestond. Hij voelt rare gevoelens van absoluut geluk door hem stromen. Hij geraakt door die stroom van gevoelens helemaal emotioneel en krijgt natte ogen.

15 minuten na de wanhopige telefoon stormt zijn mama de kamer binnen. Ze ziet haar zoon met natte ogen, een potsierlijke pet, afgezakte broek en knokige knieën het allerschattigste meisje vasthouden. Ze neemt kordaat het kindje over. Hij smijt zijn pet weg, trekt zijn broek op en gaat nu deftig zitten, met zijn mama langs zich, en weerom de baby op zijn borstkast.  Overladen met kussen, en kussens, blijft hij fier wachten tot Bo weer binnengerold wordt.  Hij is super-enthousiast en terwijl de vroedvrouw helpt om het kleintje aan te leggen vertelt hij honderduit over Rosa-Lie: de kleur van haar ogen, het geboortevlekje op haar linker arm, haar tenen. Bo heeft amper tijd om Rosa-Lie zelf te besnuffelen of Ben ligt al weer in de zetel met het kind op hem, skin-to-skin.  Hij moet veel doen nu, maar het lukt hem niet Bo en Lieke alleen te laten. Hij helpt Rosa-Lie aan de borst, hij verschoont haar, hij sust haar, hij zingt, wiegt, legt haar te slapen.

Hij is lief voor Bo; hij helpt haar uit bed, eet haar bord leeg als zij genoeg heeft, wast haar rug en geeft haar proper verband als ze geobstipeerd op WC zit te snuffen. Hij is helemaal doordrongen van liefde. Hij doet bébé in bad en noteert het aantal vuile billendoeken per dag. Als Rosa-Lie onder de lamp moet wordt hij down; als ze haar meenemen voor de obligate prik volgt hij argwanend. Hij werpt zich op als de meest geweldige vader ooit en dat was hij op dat moment ook op de afdeling. Thx to skin-to-skin. Denk ik. Heeft er zeker mee te maken.

Neske de Wijzervrouw

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s