Geplaatst in Geen categorie

De verloskamer net voor de hemel is de palliatieve.

Of dat wordt zo geprezen.

Ik was op palliatieve. Verschillende keren. Terminal care.

Je moet er bergop gaan. Je voelt je bergop gaan.

Je voelt je beklemd voor je de afdeling betreedt. Maar er zijn kaarsen, koffie en kaartjes.

Het was er goed, cosy en gezellig. Géén sinistere sfeer, géén wapperende uniformen of wijwatervaatjes, maar mensen.

Het was er meestal rustig, met stemmige muziek en overal openstaande deuren.

Daar hou ik altijd van: openstaande deuren. Ook bij afscheid.

Sommige dagen hoorde ik gekreun uit omringende kamers, maar nooit voor lang.

De verpleegkundigen zijn midmensen; midden tussen de mensen, bij de mensen at the end..

Er is  continue pijn. Dominerende, ongemakkelijke, adembenemende pijn.

Thanatos is in the house.

Op palliatieve is pijn niet meer hetzelfde als  lijden. Lijden wordt ernstig bestreden met morfine in al zijn verschijningsvormen.

Eu-thanatos. Zachte normale dood toelaten.

Au contraire d’ eutocie uit de verloskunde  …een synoniem aan de andere kant.

Morfine verlicht de stervensarbeid, doet vervagen, geeft zoiets als knocked out zijn.

Géén rust, géén gemak.

Een bubble van ‘meeting needs en mogelijkheden’.

Er is de zoekende koude hand. De botjes zijn voelbaar, vocht onder de zachte huid.

Er zijn de vlekjes in het gezicht. De bleekheid van het gelaat, het vertrekken van spiertjes.

Er zijn de striemen van het lange liggen, de diepe rimpels op rug en benen.

Er is de geur van ziekte, een mix van uitwerpselen en  ontsmettingsstoffen, van bloed en slechte adem.

Er is de beschaamde oogopslag: ” zie mij hier nu liggen”.

Er is de onrust: pakjes maken, lakens vouwen, hersjoefelen in bed.

Er is de wanhoop en het verlangen naar het einde, vooral bij de bezoekers. “Dat het moge stoppen”. Er is het klagend zuchten want er is géén lucht meer. In het uitgemergelde lichaam fladdert  het hart onrustig,  de zuigende ademhaling volgt nog, met steeds grotere apneus.

Er zijn de zieltogende ogen vol verdriet om het moeten weggaan. Nog een kus, nog een omhelzing, een getrokken grimas in een lichaam dat niet meer helder wordt. Slow motions. Hangen zonder vallen.

Er is massage van het moede lichaam, het strelen, het zeggen van woorden, van gevoelens, van tranen, van opborrelende gevoelspijn. Foto’s maken met ogen. Herinneringen opslaan. Anticiperend verdriet. Nu. Voor later.

Je zegt tegen de arts : “dit is ondraaglijk, dit is onmenselijk, het is té erg”.

En de palliatieveloog zegt: “het is niet omdat jij het als onmenselijk en mensonwaardig vindt, dat de patiënt dat ook vindt’’.

Deemoedig buig je het hoofd en denk je als vroedvrouw: dys-thanatos bestaat. Ook op palliatieve.

Net zoals inductie zelden hoort bij normale geboorteprocessen … hoort de term ‘zachte dood’ ook niet meer thuis na de  chemo, radiotherapie, ingrepen,  opnieuw chemo, andere medicamenten, uitzaaiingen, infusen, TPN, stoma’s, schimmels, isolatie, investigeren en sondes, opnieuw chemo om te besluiten wat in eerste instantie gezegd werd : namelijk de dood is onvermijdelijk en onoverkomelijk.

De verpleegkundigen bieden comfortzorg met uitgebreide interventies op wonden, infecties en broebelingen.

Ze kammen kale hoofden en balsemen uitgedroogde voeten. Ze waken, ze luisteren, ze strelen.

Pijnstilling, de mond verzorgen, positioneren, lief aanwezig zijn, palliatie, caresse.

Begeleiding van het proces van de overgang.

Finaal: géén interventies, géén antibiotica, géén hartondersteuning, géén infuus meer,…

Er is moed nodig om niet meer in het leven te investeren. Het is een proces van loslaten – ont binden (touwtjes losmaken) – elk uur minder kunnen en dichter bij het slotstuk komen.

De onrust is opvallend : het moede lichaam weet niet meer hoe het liggen moet voor enig comfort – de handen weten niet meer waar het hoofd nog is – de mond weet niet meer te sluiten voor de binnenkant.

De ogen breken, blikken verdoffen.

En dan op een etmaal is er de transitie: het lichaam geeft op, geeft af; steil naar beneden donderen de ritmes en de frequenties, de kleur, de bewegingen en toch onverwacht stopt het hart, verstrakt het zo stille lichaam, trekt de kleur weg, is het terminale silentium bereikt.

Palliatieve voor uitbehandelde patiënten is iets anders dan patiënten die zich laten uitbehandelen op palliatieve. Mijn inziens.

 

Normale geboortepijn versus barenspijn bij inductie kun je niet vergelijken.

Bij het ene helpen water en begrip, bij het andere epidurale en techniek.

In de verloskamers. Continue care in communicatie en com- passion.

Het is er goed, gezellig ingericht; een open gestresste sfeer, vele beeps en telefoons, wapperende doktersjassen en veel vervoer van bedden en baby’s.

Het is er meestal druk, veel lawaai, klapdeuren die achter je dichtvallen.

Soms hoor je gekreun vanachter de deuren, soms hoor je iemand hartverscheurend schreeuwen vanuit de verloskamer. Het is een rumoerige druk eiland in het ziekenhuis.

De vroedvrouwen zijn MIDWIVES; ze zijn vooral aanwezig in gezinnen die zich uitbreiden.

In de arbeidskamer is de pijn krampend, golvend, op en neer deinend, met tijden van even géén pijn en dan weer hevig, steeds meer toenemend in duur en intensiteit en leidend tot één groot orkest van baby-ejaculatie…

De pijn is functioneel, open-barend.

Er is de geur van okselvocht en uitgeputte adem, van vagina en vruchtwater, van bloed en winden,…

Vaak is de pijn weggenomen door de epidurale en is het werk van de vroedvrouw vooral het managen en bewaken van pijnstilling en  weeën.

In het Duits zegt men tegen bevallen : die Undbindung. Losmaken. Loskomen. Ont-binden.

Er zijn de dwingende handen: “hou me vast, help me, laat me sterk knijpen, klauwen, grijpen”. Er is géén houding meer comfortabel. De pijn is zo intens en zo immens dat enkel water of bevallen een oplossing kunnen bieden.

Er is de schaamte : “zie mij hier nu liggen doen ” terwijl vroedvrouwen het onrustige gedrag kennen van de parturiënte en de schaamte ombuigen naar coöperatief gedrag.

Er is de kwaadheid om de pijn als die niet verdoofd is door drugs, er is de onmacht en de grote angst soms. Ook wanhoop : “hoe lang nog”… ‘ik kan niet meer’… ‘dit wil ik nooit meer”. Vrouwen, dik en log en hulpeloos als zeerobben op een droog strand, verliezen hun decorum en fijne maniertjes.

Zonder pijnverdoving is er géén aandacht meer voor ‘hoe kom ik over’ maar eerder : “hoe overleef ik deze immense pijn? “

De verdoofde madammen persen met de pinken omhoog, de biologisch bevallende madammen bevallen in geroep en op reflexen.

De epidurale haalt de pijn weg, en de medewerking van de baby, en de adrenaline en de gush van hypofysaire oxytocine met soms een kunstverlossing tot gevolg plus een extractie van een gewrongen kindje, een borstvoeding die niet verdund is met endorfines etc…

Een bevalling met inductie en  epidurale eist een technische goede vroedvrouw.

Een bevalling op ritme van natuurlijke weeën en pijnsensaties eist bijkomend een maternale geduldige vroedvrouw die wacht op het ‘opengaan’ voor de geboorte. Dit betekent  een zeer verschillende approach tijdens  menselijke procreatie.

Je kan bevallingen meemaken met weinig emotie, zowel voor het ouderpaar, als  voor de vroedvrouw of de gynaecoloog. Gewoon  zoiets als : DNA-bol komt uit vrouwenlichaam, wordt opgevangen met een traan en start z”n leven.

Het is niet omdat héél véél mensen vinden dat de maakbare geboorte een ultiem gegeven is, dat dit verward kan worden met de waarheid.

Verloskunde in mijn beperkt inzien,  is meegaan in individuele verhalen van gezinnen die er een kind bijkrijgen. Dat is big stuff!  Dit verdient een ‘record’ van gevoelens, en ‘pauze’ om te focussen op het magische moment. De geboorte is als een pivoterende deur in het leven van het gezin; er is een voor- en achterdeel, er is een onzichtbare en een zichtbare transformatie.

 

Verloskunde is heel vaak in handen van mannen en vrouwen, opgeleid in sterke macho-structuren. In sommige landsdelen nog zo achterlijk, dat je een dokter in géén geval met de voornaam aanspreekt maar met zijn/haar beroep … “Geachte Dokter Achternaam”.

‘Technisch gevormde dokters en vroedvrouwen’ vinden verloskunde zo simpel als de redenering: foetus in moeder moet er uit zoals een video uit een videorecorder.

Handleiding is als volgt : “snok, knip en snij, extraheer – gedaan”.

Er is eject, maar géén rewind uiteraard.

De her-inneringen zijn voor altijd voor het gezin.

 

‘Biologische opgeleide dokters en vroedvrouwen’ begrijpen de biologie, de hormonologie, de gevoelens van alle participanten in de procreatie  en staan respect- en begripvol in hun werk.

 

Je kan geboorten meemaken, zo aandoenlijk, dat je van de wijs geraakt.

Je kan bevallingen meemaken dat je maatjes bent met de ouders (en de gynaecoloog), dat er een héél speciaal nieuw mensje verschijnt welk bewonderd wordt en alle gezonde kansen krijgt die een jong mensenleven nodig heeft…maar je kan ook het tegengestelde meemaken.

 

Sterven hoort bij de intieme dingen die mensen niet kunnen ontlopen.

Indien niet spontaan doodgaan na vele interventies, maar georkestreerd sterven kan je best overlijden met palliatieve zorg, in een vorm van eu(tocie)(hanasie).

Niet over-lijden, maar overgaan. Ik heb namelijk ook kritiek op dysthanatos. Als iemand verloren is voor het leven, moet de dood dichtbij zijn, niet na een perverse ‘ont –binding’.

 

Neske, de wijzervrouw, In de gloria, in de gloria…

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s