Geplaatst in Geen categorie

vakantieverhaal in een subtropisch zwembad.

Ik heb ze ook dit jaar weer gezien : de zonnebankbruine vrouwen met hun witte mannen, de tattoo’s, de geschoren en minder goed geschoren bikinilijnen, de ingetrokken buiken en de Michelin-rubberbandbuiken, de kwakke baby’s en de glimmende kinderen in de golven.
Ook de zwangeren in modieuze badpakken, steeds hun buikje strelend en ondersteunend. Ze wiegden voort, in zichzelf gekeerd, majestueus,zelfzeker.
“Op deze golfbrekersteen, sta ik niet alleen”.
Ik had een dagje subtropisch zwembad ingelast op een regendag.
Het was er vochtig en warm, sub-tropisch zoals je mag verwachten, met een air van chloor toch wel.
Alles was er kunstmatig : planten, golven, en een stenen strand.
Ik zat er een beetje te bekomen van een ongewild chaotische afdaling van de waterglijbaan, toen de hoofdfiguren van dit epos arriveerden.
Grote papa met een kleintje van ±1,5 jaar rond de hals geslingerd, voorbijgestoken door een spichtig manneke van ± 5 jaar, ijlings het water in duikelend. Daar achter aan zeilde een mama van ± 30 jaar, zwart badpak, ontzettend zware buik, met een bleek transpirerend gezichtje.
Langzaam liet ze zich neerhooveren in een te lage strandzetel.
Papie ging al snel het water in met kleine chimp. Ze hadden pret.
Ik zat 2 lege stoelen van de vrouw af. Ik zag haar zweten, stilletjes haar rug steunend.
‘Kom foto’s maken’ riep papa in het Duits. De vrouw hees zich op, maakte een paar shots, legde de camera weer weg en schreed dan ook het water in. Ik zag dat het haar deugd deed. Chimp plensde haar nat. Ze lachte. Ze ontspande.
Ik bekeek de hele vertoning onafgebroken, gebiologeerd door deze superzwangere vrouw.
Af en toe vertrok haar gezicht in een pijnlijke grijns, “…doch was er iets loos”?
Na een poos, ik was zelf ook al weer een baantje gaan trekken, kwam ze uit het water.
Net toen ze wou gaan zitten moeten haar vliezen gebroken zijn.
Ze stamelde : ’das Wasser’.
Ik zie helder proper vruchtwater tussen de spijlen van de strandstoel naar beneden gutsen. Ik schiet bij. Mijn Duits is lamentabel, vrijwel onbestaande.
Ik stel me voor, weet toch nog dat vroedvrouw in het Duits Hebamme is.
Ze zegt : “roep mijn man”, maar deze is in geen velden of zwembaden meer te bekennen (was in de toiletruimte de kleuterchimp verschonen.).
Ik vraag : “3° kind?”. ‘Ja’ (in het Duits moet je lezen).
“Uitgeteld”? ‘Nog zwei Wochen” : zegt ze.
“Al lange tijd weeën? ” wil ik vragen.
Ik zit wat verveeld met het woord wee. In het Duits gebruikt iedereen het woord Weh voor elke denkbare pijn staat me voor. ‘t Doet altijd Weh.
“Schmerzen , Kontraktionen ?” vraag ik.
’Rugpijn sinds vanmorgen, im steigendem Maße ‘.
Ik draag geen horloge, zij ook niet.
‘ ‘t Gaat altijd vlug eens de vliezen gebroken zijn’ versta ik.
Ik voel professioneel aan haar zware buik. Spant op. Een kanjer van een wee.
Ze zucht en puft en zoekt met haar ogen verwilderd haar man en kroost.
Dit lijkt me science-fiction uit de boekjes.
Ik wil hier hulp, maar ik wil haar niet alleen laten.
Ik roep op een groepje pubers. Ze wuiven terug en verdwijnen onder water.
Een meisje komt dichterbij. ‘ Was ist denn los?’ Weer Duits verdomme.
Ik kommandeer: ”roep een life-saver”!
Wat een komische benaming in ons geval.
De zwangere wordt nerveus.
Verdorie, weer een wee. Harttonen, privacy?
Ik wil met haar naar de kleedkamers, maar zij wil haar man.
Daar is de redder.
Ik leg vlug de situatie uit. “Bel de 100, scherm dit zwembad af, zoek haar man Udo (heb ik begrepen), breng handdoeken en een lege W.C.-rol”.
Weer een wee.
De redder wordt bleek en rent als een haas weg.
Bij de volgende contractie staan er 3 redders te fluiten en te tieren.
Iedereen wordt weggestuurd.
De omroepstem roept Udo op.
Ik maan de vrouw aan, om haar badpak uit te trekken. Ze hijgt als een blaasbalg, zweet parelt op haar bovenlip. Ze is moedig. “Du machtst fein” zeg ik zo maar uit mezelf. Ik help haar.
Haar grote blanke buik puilt onbeschaamd naar voren. Ik voel de baby na, luister met de wc-rol naar de harttonen. Ze zijn er. Wow dit is spannend !
Moet ik haar onderzoeken? Ik heb geen handschoenen. ‘t Maakt toch geen verschil besluit ik.
Naveluitzakking in het slechtste geval, maar de harttonen zijn duidelijk aanwezig en het hoofd zit vast.
Ik dek haar toe met handdoeken van het zwembad.
Ze gooit ze weg.
“Mein Man” zegt ze.
Weer een wee.
Dit tempo is hoog.
“Hier komen kinderen” van weet ik.
Ikzelf ben wat trillerig geworden.
De 100 is onderweg.
Eén redder blijft bescheiden in het decor achter de fake-palmboom.
De man met chimp om de hals en de 5-jarige komen ineens toe.
Ik stel me weer voor als Hebamme, zeg dat alles onder controle is, doch ik schat de kans dat de bevalling hier zal doorgaan als zeer realistisch.
Weer een wee.
De vrouw vloekt denk ik.
“Eli Eli, lama sabacthani” bid ik.
De man laat de 2 kindjes meenemen door de redder. Ze krijsen als losgeslagen apen.
Ik moedig haar aan om op te staan.
Haar man helpt, streelt haar schouders. De weeën komen ontzettend vlug.
Ze gaat bijna door de knieën. En dan komt het bloedverlies.
“Ich muß drucken “ zegt ze, en ze gaat door de knieën, gehurkt.
De man houdt haar vast onder haar oksels. Ik schuif vlug een stapel handdoeken over de natte vloer onder haar bips.
Ze heeft een perineum als een springelastiek.
De vulva welft.
De wee ebt weg.
‘Das tut Weh’ zegt ze.
Ik knik haar bemoedigend toe. “Weh ja, Is normal” zeg ik op zijn Duits, met een toegeknepen mond en gespannen gezicht.
Ik pak een andere handdoek, om eventueel te steunen.
Weer een wee. Ik geef geen instructies, ik laat haar doen.
Ze voelt wat ze moet doen en ze doet het perfect. Het hoofd komt in 7 kleine drukken terwijl ik steun, meer pro-forma, want ik zie het perineum niet goed.
Het hoofd draait wat naar links en ik help wat.
Frau drukt hard, de voorste schouder komt vlot.
Ik hef het hoofdje zacht naar me toe, de achterste schouder komt terwijl het perineum splijt en mevrouw het uitgilt.
Ik laat het kindje zachtjes op de handdoeken glijden. Een gaaf, en vernix-vettig kind.
De vrouw wil de baby opnemen, en ik wil zijn mondje proper wissen.
“Weer een jongen” snuft de man.
De baby begint te huilen. Een heerlijk petieterig geluid in zo’n grote ruimte.
De vrouw wil de baby in haar armen nemen.
We drogen het mooie kindje, ik leg het zoontje tussen haar borstjes en dek hun toe.
Ze vloeit uit de scheur.
Het bloed vermengt zich met het water op de natte vloer en ik loop daar tussen te soppen. Het lijkt een kolossaal bloedbad.
We horen de gierende sirene van de ambulance. De vrouw vraagt mijn naam en adres. Er is niks om te noteren. Ze bedankt me en ik feliciteer haar met haar beheerste en moedige geboorte-geving van Michaël.
‘Ik moet weer drukken’ zegt ze.
“Gelukkig” denk ik, “de placenta is daar”.
Ik controleer, zeg dat ze mag persen, en vang de placenta op , draai hem als een proper dekentje in de vliezen en leg de moederkoek als een warm kussentje tegen het kind.
De vrouw is gelukkig. Het kind is oké, met een goede temperatuur in dit tropisch zwembad.
Papa is wat huilerig in zwembroek.
De mannen van de spoed stormen binnen via de nooduitgang, prikken een perfusie, checken de baby en navelen af, doorlopen een administratieve procedure, laden de vrouw en baby op en gieren weg.
De papa moet zich omkleden, voor de kinderen zorgen, het ziekenhuis vinden etc.
Moeilijk allemaal na zo’n onvoorziene bevalling.

Ik moet hier ook weg.
Morgen terug aan het werk in ons ziekenhuis, lekker warm in de arbeidskamers, en ik weet : ook een bevalling begeleiden in badpak eist okselvocht.

Neske de Wijzervrouw, 1994.

Advertenties

3 gedachten over “vakantieverhaal in een subtropisch zwembad.

  1. Blijft altijd zo’n super verhaal 🙂 Neske je bent gewoon super , een vroedvrouw in hart en nieren 🙂

    Like

  2. Een andere wijze vrouw zei me eens dat als kindjes zo op hun eigen tijd komen, er niet veel te helpen valt, die doen het zelf. Maar spannend blijft het altijd.

    Like

Reacties zijn gesloten.