Geplaatst in Geen categorie

Draaideurmensen

bigpregDit verhaaltje eindigt niet. Het is maar een draaideurmomen(t)s.

 

 

Ze zat  zoals in een gevangenis, in het vluchtelingencentrum.  In een kamer met een sleutel. Het slot van die sleutel kon  ook door een aantal mensen van de administratie geopend of gesloten worden.

Drie bedden, ingebouwde kast or whatever. Hoge hekken rond het domein.

Haar grote plastieken geruite zak  was kapot gescheurd. Daarin zat haar mooie jurk uit Jemen.

Ze sprak wat  Engels. Niet goed. Ze huisde in de kamer samen met een Afghaanse en een Rwandese vrouw. Bah, wat had ze een hekel aan hun geuren en malaise.

Moe en slapeloze nachten. Elk geluid maakte haar gespannen en ’s nachts  ligt ze  voortdurend te piekeren en te denken aan mama en papa en de warme woestijnwind in haar dorpje. Ze had een shop op de markt: kleren die mama maakte en fruit dat broer verhandelde. Ze moest hard werken, maar ze was populair in de groep van de marktkramers en bij haar vriendinnen. Vroeger, in gelukkige tijden.

En toen … kwamen de moordenaars, de smeerlappen, de onverzettelijken. Toen …kwam de hel.

Ze doorvoelt nog steeds  de continue angst voor terreur en geweerschoten. Altijd schrik, altijd opgejaagd. Hartslag in de keel. Droge mond. Grote pupillen. Adem onderdrukken.

Rennen naar de heuvel achter papa aan, naar een verlaten stal. Checken of mama en broer volgden?  (Broer spankte want geschoten in zijn been)  en in de donkere ogen van papa loerde de psychose. Stttt papie …sttttttttttt….

Kogels ’s nachts en mannen als dieren. Angstaanjagend, stinkend, hijgend en dominant. Maakten veel lawaai, pakten  spullen af en wilden klaarkomen. Wild en ruw, snel , zonder enig verweer. Gewoon pang.

En toen ….was er Abdullah die zei : “Geef mij je gouden oorbellen en 500 dollar en met een boot uit T. zet ik je over naar een land waar nooit oorlog is, waar je je haar kan wassen met water dat uit een kraantje komt, zomaar in een huis met een dak en vensters; elke dag is er eten en nooit  knallen er  geweerschoten”.

En ze vertrok. Ze strompelde lange dagen door de hete woestijn en in de nieuwe stad aan de zee geraakte ze helemaal gedesoriënteerd. Haar maanstonden kwamen niet. Haar hoofd was blurr. Haar lichaam doodmoe. Ze verlangde naar rust, en vrede, en stilte en zo. En naar mama en papa. En ze stak, met 50 anderen in een slechte sloep, het woelige water over in ruil voor veel geld. Honger, obstipatie, blaasontsteking en gesprongen lippen. Mottig en misselijk. En ter nauwer nood landden ze in een vijandig oord. Ze werd opgesloten, en daarna weerloos in een camion verstopt onder een bache en zo dwaalde ze door Europa some place, en ziek en zwanger en helemaal zichzelf verloren eindigde haar gevaarlijke dure tocht in een koud land.

Ze snapte niets en niemand. Ze werd wazig in haar hoofdje.

Moest ze papieren? Krijgt ze een interview?

Ze krijgt een kind… Wie is de papa? Waar is de papa ? Ze weet hierop geen antwoorden. Abdulla, Azar, Giovanni, François, Kim …?

Het lot van vrouwen is diep geworteld in een vagina die niet af te sluiten is, en toegankelijk, ook met geweld. Als een man niet wil is er geen erectie, als een vrouw niet wil is er verkrachting. Vaak.

Er is sindsdien continu onzekerheid en een mens in haar buik die ze niet wenst.

‘Oh’ dit mag ze niet zeggen uit godsdienstoverwegingen. جهنم. Insjallah.

Na een periode in het asielcentrum  komt ze terecht in een huis met 2 andere vrouwen :  een Congolese schone, en een Oezbeekse met een kind van 5 jaar.   Een  sombere stad, met een rare geur. Met dure auto’s en mensen met lange gezichten. Zij is donker en de stadsbewoners bleek. Zij  valt op en de bleken niet. Via OCMW en vrijwilligers geraakt ze bij een gynaecoloog die nog vele afspraken openstaan heeft. Hij is ruw. Onvriendelijk ook en kwaad op haar : ‘wat komt gij hier profiteren of watte?’

Ze kan niet zeggen dat het haar allemaal niets nog kan schelen.  Ze kan niet uitleggen dat ze vanbinnen schrijnt om mama en papa, dat ze het niet meer ziet zitten in deze kille omgeving, dat ze de moed verloren heeft; dat ze het kind niet wenst uit te persen want dan moet ze er nog voor zorgen. Ze zou willen zeggen dat gouden oorbellen en 500 dollar voor haar de hemel betekenden, en niet een koude schrale kamer met kapotte vloer, een lavabo die niet afloopt en haar dun jurkje in deze kou.                                                                              Altijd maar tenk you zeggen, tenk you, tenk you, … Bugger off…Ze heeft veel betaald voor ‘geen oorlog’ en dit eenzame leven waar het zo moeilijk ‘warm’ krijgen is.

‘ s Avonds komen er mannen op bezoek bij de Congolese. Daarna koopt die vrouw drugs en pijnstillers om het aan te kunnen. Ze heeft iets downstairs, wratten of zo, maar ze gaat niet naar de dokter. Met leedvermaak geeft ze het door aan de brutale mannen.

De baby bonkt en wil er uit en zij is onbekend met de hele bataclan hier in België.  Ziekenfonds, taallessen, vrijwilligers, organisaties. Ze wordt niet aan haar lot overgelaten. Ze wordt vermoeid in  een speelbal van organisaties die als vele poesen met haar als een bobijntje rond-trollen . Ze weten het niet van elkaar, en zij wordt dol. Armoede is blijkbaar big business in dit semi-rijke land, met 100 organisaties tegen armoede, maar ook met homeless people, mensen zonder land, zonder inkomen of bezit,  en vooral zonder papieren.

Mensen uit doodsangst, op de vlucht voor de onverzettelijken  en  angstaanjagende bendes met gevaarlijke geweren en bommen en priemende piemels, vinden hier een rustpunt. Een rustpunt. Een draaipunt. Niet meer. Niet minder. Nog niets meer.

Stille waters hebben diepe gronden. De stille vluchtelingen hebben erge verhalen te verwerken. Stille waters stinken. Stille vrouwen borrelen van onverwerkte angst en emotie. Wie roert krijgt de pap.

Neske de wijzervrouw

 

Advertenties